Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3739

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
13-2140 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Plaatsing functie in functieboek 1b vanwege het aansturende karakter van de functie. Hiervoor geldt een plaatsingsprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

22 maart 2013, 12/971 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. T.G.M. Gersjes, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. S.M.M. Teklenburg, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.G. Kerkhof, advocaat, en drs. M.C.P.J. Klerx.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant was circa negen jaar werkzaam in de functie van [naam functie A] bij de afdeling [naam afdeling] van de sector [naam sector]. In verband met een reorganisatie genaamd Flexibel Ondernemend Weert (Flow) is het Sociaal Plan Flow 2011-2014 (SP) opgesteld en zijn voor de nieuw te vormen organisatie conform het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van het SP twee functieboeken opgesteld. Functieboek 1 bevat de leidinggevende functies en de nader te bepalen functies met een “aansturende” taak in de nieuwe organisatie. Voor deze groep geldt dat plaatsing op basis van gebleken geschiktheid geschiedt. Functieboek 2 bevat alle overgebleven functies die niet in functieboek 1 zijn opgenomen.

1.2.

Bij besluit van 23 september 2011, gehandhaafd bij besluit van 22 mei 2012 (bestreden besluit), heeft het college meegedeeld dat de functie van [naam functie A] in functieboek 1b wordt geplaatst en als gewijzigd dan wel nieuw wordt aangemerkt. Voor deze functie geldt een plaatsingsprocedure.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de functie van [naam functie A] ten onrechte is ondergebracht in functieboek 1b. De functie is niet nieuw of gewijzigd. Daarvan is volgens artikel 2 van het SP pas sprake als meer dan 30% van de werkzaamheden van de functie is gewijzigd. Dat is niet het geval. Het is dan ook niet terecht dat appellant opnieuw heeft moeten solliciteren op zijn functie. Appellant meent voorts dat aan de besluitvorming ernstige bezwaren kleven, waaronder de vaststelling en bekendmaking van het SP en het functieboek.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 9 juli 2007, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3439), is een functieboek als hier aan de orde te kwalificeren als een algemeen verbindend voorschrift.

Appellant kan in het kader van zijn bezwaar en beroep tegen het besluit van 23 september 2011 de houdbaarheid van de plaatsing van de functie van [naam functie A] in functieboek 1b aan de orde stellen. Dit betreft de houdbaarheid van (onderdelen van) een algemeen verbindend voorschrift, niet zijnde een wet in formele zin. Bij het tot stand brengen van algemeen verbindende voorschriften is het in beginsel aan de materiële wetgever voorbehouden om alle betrokken belangen af te wegen en moet de rechter het resultaat daarvan in beginsel respecteren. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien aan de inhoud of wijze van totstandkoming van dat algemeen verbindend voorschrift zodanige ernstige gebreken kleven, dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren besluiten. Met inachtneming van dit zeer terughoudende toetsingskader heeft de Raad in wat appellant heeft aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden voor de conclusie dat onderbrenging van de functie van [naam functie A] in functieboek 1b onhoudbaar is.

4.2.

Het SP en het functieboek 1b zijn door het college vastgesteld met ingang van respectievelijk 1 maart 2011 en 27 september 2011 en bekend gemaakt op de voor de gemeente gebruikelijke weg via Intranet. Bij besluit van 23 september 2011 is appellant geïnformeerd over de plaatsing van functieboek 1b op Intranet. Aan de totstandkoming van het SP en het functieboek kleven dan ook geen (ernstige) bezwaren.

4.3.

In artikel 10, eerste lid, van het SP is een scheiding aangebracht tussen leidinggevende en aansturende functies enerzijds (opgenomen in functieboek 1) en de overige functies anderzijds (opgenomen in functieboek 2). Artikel 12, vijfde lid, van het SP bepaalt dat alle functies in functieboek 1 als gewijzigd dan wel nieuw worden aangemerkt.

4.4.

Het motief voor het onderbrengen van de functie van [naam functie A] in functieboek 1b is geweest het aansturende karakter van deze functie. Het college heeft ervoor gekozen aansturende (en leidinggevende) functies in functieboek 1b op te nemen omdat deze functies een belangrijke rol spelen bij het implementeren van het nieuwe werken en de daarbij behorende gedragsverandering. Daarbij worden genoemd kernwaarden zoals passie, extern gericht en dienstverlenend, resultaatgericht en transparant, flexibel en ondernemend en doelgericht handelen. De functionaris die een dergelijke functie vervult heeft een dusdanige impact op de organisatie dat hieraan in het SP integraal de status gewijzigd dan wel nieuw is gegeven. Daarmee heeft het college een toereikende motivering gegeven voor de gemaakte keuze. Bezien tegen de achtergrond van het hier geldende terughoudende toetsingskader, waarbij voorts relevant is de grote mate van vrijheid die de gemeente heeft om haar organisatie naar eigen inzicht in te richten, kan niet worden gezegd dat het college deze keuze niet in redelijkheid heeft kunnen maken. Het in artikel 2 van het SP bepaalde dat sprake is van een gewijzigde of nieuwe functie indien meer dan 30% van de functie is gewijzigd, geeft, gelet op de door het college gegeven motivering, geen aanleiding tot een ander oordeel.

4.5.

Dat de aansturende functies in de op 12 oktober 2010 verschenen eindrapportage van de kwartiermakers, met daarin neergelegd hun visie op de nieuwe organisatie, niet met zoveel woorden zijn geduid en de nieuwe kernwaarden bij het opstellen van het SP nog niet tot in detail waren uitgekristalliseerd kan niet leiden tot het oordeel dat het de reorganisatie en daarmee het bestreden besluit aan de vereiste helderheid ontbreekt. Voor zover een zogenoemde “was-wordt” lijst niet aan appellant is verstrekt bij besluit van 23 september 2011, heeft het college voldoende toegelicht dat dit achterwege is gelaten voor de functies die zijn ondergebracht in functieboek 1b omdat deze functies integraal als gewijzigd dan wel nieuw zijn aangemerkt gelet op het belang van deze functies in de nieuwe organisatie en de voor deze functies geldende plaatsingsprocedure. Dat de nieuwe kernwaarden in de praktijk verder hun beslag dienen te krijgen en medewerkers in de gelegenheid worden gesteld mee te denken en hun inbreng te geven, kan niet tot het oordeel leiden dat het college de functie van [naam functie A] niet als aansturend had mogen aanmerken en niet in functieboek 1 had mogen onderbrengen.

4.6.

Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma als voorzitter en C.H. Bangma en

M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2014.

(getekend) J.N.A. Bootsma

(getekend) O.P.L. Hovens

HD