Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3704

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2014
Datum publicatie
17-11-2014
Zaaknummer
13-209 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/209 WAO

Datum uitspraak: 12 november 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

28 november 2012, 12/3368 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2014. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant ontvangt sinds 2002 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Een verzoek van appellant om terug te komen van het bij toekenning van de WAO-uitkering vastgestelde dagloon, heeft het Uwv na een inhoudelijke beoordeling bij besluit van 9 mei 2007 afgewezen. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft het Uwv bij beslissing op bezwaar van 1 november 2007 ongegrond verklaard.

1.2.

Appellant heeft het Uwv op 29 december 2010 opnieuw verzocht om een herberekening van zijn dagloon. Bij besluit van 11 januari 2011 heeft het Uwv na onderzoek besloten dat het dagloon in 2002 juist is berekend.

1.3.

De rechtbank heeft op 22 november 2011 van appellant een beroepschrift ontvangen dat was gericht tegen de berekening van het dagloon. De rechtbank heeft het beroepschrift op

6 december 2012 doorgezonden naar het Uwv, die het in behandeling heeft genomen als een bezwaar tegen het besluit van 11 januari 2011.

1.4.

Bij besluit van 13 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 januari 2011 niet-ontvankelijk verklaard wegens

niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Vaststaat dat appellant het bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn van zes weken heeft ingediend. In hetgeen appellant heeft aangevoerd heeft de rechtbank geen reden gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Appellant heeft niet aangetoond (aan de hand van medische stukken) dat hij vanaf 11 januari 2011 gedurende zes weken buiten staat is geweest een bezwaarschrift in te dienen of hulp in te roepen van derden. Naar het oordeel van de rechtbank doet zich geen situatie voor als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring.

3.1.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat hij in beroep naar voren heeft gebracht.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Voor een weergave van de toepasselijke wettelijke bepalingen met betrekking tot het maken van bezwaar verwijst de Raad naar overweging 2 van de aangevallen uitspraak.

4.2.

Appellant heeft te laat bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 januari 2011. Daarom staat slechts ter beoordeling de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat die te late indiening niet verschoonbaar is.

4.3.

De rechtbank heeft terecht en op juiste gronden geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zoals weergegeven in onderdeel 5 van de aangevallen uitspraak, worden onderschreven. Daaraan wordt nog toegevoegd dat, anderen dan appellant blijkens veronderstelt, ten aanzien van besluiten met betrekking tot het dagloon en de vaststelling van de maatman geen van de Awb afwijkende bezwaartermijn geldt. Appellant heeft hiertegen in hoger beroep geen nieuwe beroepsgronden aangevoerd. Evenmin heeft appellant medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij in verband met zijn gezondheidsproblematiek gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat was om tijdig bezwaar te maken. Volstaan wordt daarom te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.

4.4.

Nu de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, zal de Raad, evenals de rechtbank, de beroepsgronden van appellant die zien op de herberekening van het dagloon en het maatmanloon onbesproken laten.

4.5.

Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter, in tegenwoordigheid van

J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

12 november 2014.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) J.C. Hoogendoorn

MK