Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:366

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
11-02-2014
Zaaknummer
10-4831 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad. De Raad heeft het verslag van de radioloog [H.] aangemerkt als een feit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Awb. Gelet op de rapporten van de door de Raad ingeschakelde deskundige, komt de Raad tot het oordeel dat uit het rapport van de radioloog [H.] - daartoe is het herzieningsverzoek immers beperkt - niet blijkt van zodanige nieuwe medische gegevens dat, had de Raad deze gekend, een andere uitspraak dan die van 26 maart 2008 was gedaan.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2014/77 met annotatie van Red.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4831 WAO

Datum uitspraak: 31 januari 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 26 maart 2008, 05/4197 WAO

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 26 maart 2008 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Arnhem van

24 mei 2005, 04/2189, bevestigd.

Namens verzoeker heeft mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist NVVR, bij brief van 27 augustus 2010 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van

26 maart 2008.

Het Uwv heeft zijn zienswijze op dit verzoek gegeven.

Het verzoek is, gevoegd met zaak 10/4829, behandeld ter zitting van de Raad op

15 maart 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door Van Schaik. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.M.J.E. Budel.

De Raad heeft het onderzoek heropend.

De zitting is voortgezet op 29 november 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door

Van Schaik. Verzoeker heeft prof. dr. E.A.M. Beuls als deskundige meegebracht naar de zitting. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.

OVERWEGINGEN

1.

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen aangebracht in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing zoals dat gold vóór 2013.

1.1.

Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet, in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat in verband met een medisch onderzoek begin 2009 een notitie/verslag van radioloog C.B. Holland van

23 augustus 2002 boven water is gekomen, waaruit volgens hem blijkt dat, anders dan waarvan steeds is uitgegaan, verzoeker in september 2002 niet klachtenvrij was. Volgens verzoeker gaat het hier om een nieuw feit dat voldoet aan de in artikel 8:88 van de Awb genoemde criteria. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoeker rapporten van verzekeringsarts mr. drs. J.F.G. Wolthuis van 9 september 2009 en van orthopedisch chirurg

prof. dr. E.A.M. Beuls van 29 maart 2010 ingebracht.

2.1.

De Raad heeft het verslag van Holland aangemerkt als een feit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Awb. De Raad heeft voorts aanleiding gezien een deskundige te benoemen om hem van advies te dienen over de vraag of dit feit, ware dit bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden. Hiertoe heeft de Raad orthopedisch chirurg dr. J.B.A. van Mourik verzocht de vraag te beantwoorden of, gelet op het verslag van de radioloog C.B. Holland van 23 augustus 2002, in samenhang bezien met de overige medische gegevens, verzoeker van 1 juni 2002 52 weken onafgebroken door ziekte of gebreken of gedeeltelijk buiten staat was arbeid te verrichten.

2.2.

Van Mourik heeft bij rapport van 8 mei 2012 de Raad verslag gedaan van zijn onderzoeksbevindingen. Van Mourik heeft op 16 april 2012 onderzoek verricht bij verzoeker en het verslag van Holland bestudeerd. Van Mourik heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat het verslag van Holland geen reden is om te twijfelen aan de eerdere uitspraak van de Raad.

2.3.

Verzoeker heeft een zienswijze gegeven naar aanleiding van het rapport van Van Mourik en een reactie van Beuls van 25 oktober 2012 op dit rapport ingezonden. Beuls is van oordeel dat uit het verslag van Holland duidelijk wordt dat het doel van de heelkundige ingreep van 2002 niet is bereikt. Op deze reactie heeft Van Mourik vervolgens weer gereageerd en daarbij te kennen gegeven dat hij de gegevens anders interpreteert dan Beuls.

2.4.

Naar aanleiding van een daarop gerichte vraagstelling van de Raad, heeft Van Mourik nog meer specifiek gereageerd op de stelling van Beuls dat er een faling is op het niveau

L4-S5 en dat de daardoor opgetreden pseudoartrose pijn veroorzaakt. Volgens dit commentaar van Beuls is de beoogde fusie niet bereikt en is de toestand anatomisch en functioneel veel ernstiger dan pre-operatief.

2.5.

Van Mourik heeft bij brief van 9 juli 2013 de Raad geantwoord dat, zoals hij in zijn rapport van 8 mei 2012 al had beschreven, sprake is van een niet geslaagde fusie. In zoverre is hij het met Beuls eens. Hij verschilt echter van inzicht met Beuls over de interpretatie van het verslag van Holland en blijft de mening toegedaan dat daaruit niet blijkt dat er een botspaan uitsteekt. Verzoeker heeft zijn zienswijze op deze reactie van Van Mourik gegeven en als standpunt ingenomen dat het onderzoek van Beuls van kwalitatief betere aard is en de Raad verzocht de beoordeling van het herzieningsverzoek te baseren op diens rapporten.

2.6.

Ter zitting van 29 november 2013 heeft Beuls uiteengezet dat de operatie in 2002 gedoemd was om te mislukken vanwege het gebruik van botspanen. De fusie is compleet mislukt, wat veel pijn heeft veroorzaakt.

2.7.

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. Dat het rapport afwijkt van de opvatting van een andere, door een der partijen geraadpleegde, deskundige is op zichzelf niet voldoende om tot een ander oordeel te komen.

2.8.

Gelet op de rapporten van Van Mourik, waaronder zijn reactie op de bedenkingen van Beuls bij zijn rapport, komt de Raad tot het oordeel dat uit het rapport van Holland - daartoe is het herzieningsverzoek immers beperkt - niet blijkt van zodanige nieuwe medische gegevens dat, had de Raad deze gekend, een andere uitspraak dan die van 26 maart 2008 was gedaan. Uit het rapport van Holland blijkt niet dat verzoeker meer beperkt was dan waarvan het Uwv bij de besluitvorming is uitgegaan, omdat de mogelijk andere interpretatie van het verslag van Holland met betrekking tot het wel of niet uitsteken van de botspaan geen andere visie meebrengt op de bij verzoeker bestaande klachten en beperkingen in de periode in geding,

1 juni 2002 en 52 weken nadien.

2.9.

Gelet op hetgeen in 2.2 tot en met 2.8 is overwogen wijst de Raad het verzoek om herziening af.

3.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.E. Bakker en K. Wentholt als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2014.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) M.P. Ketting

HD