Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:357

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
10-02-2014
Zaaknummer
11-4619 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering aanvraag voor een vervoersvoorziening (scootmobiel/gesloten buitenwagen) en woonvoorziening (ligbad). De Raad is van oordeel dat de rapporten van Argonaut op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat uit hetgeen appellante heeft aangevoerd niet volgt dat de beperkingen daarin niet juist zijn vastgesteld. Het standpunt van appellante dat er een medische noodzaak bestaat voor een ligbad en gesloten buitenvervoer vindt geen steun in deze rapporten. Van de kant van appellante is voorts geen medische informatie ingezonden die inhoudt dat zij op medische gronden wel is aangewezen op deze voorzieningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/4619 WMO

Datum uitspraak: 7 februari 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 30 juni 2011, 11-701 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.R. Lieuw On, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2013, waar appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Lieuw On. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.A. Willems.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante heeft het college verzocht om haar in aanmerking te brengen

voor een vervoers- en woonvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning in verband met haar medische klachten.

1.2.

Bij twee afzonderlijke besluiten van 25 augustus 2010 heeft het college geweigerd appellante voor een vervoersvoorziening (scootmobiel/gesloten buitenwagen) en woonvoorziening (ligbad) in aanmerking te brengen. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op een advies van Argonaut Advies B.V. van 21 juni 2010 (aangevuld op 14 juli 2010), inhoudende dat vanuit medisch oogpunt geen indicatie bestaat voor een voorziening met betrekking tot wonen, verplaatsen of vervoer.

1.3.

Bij besluit van 28 december 2010 (bestreden besluit) heeft het college het tegen de besluiten van 25 augustus 2010 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college heeft hierbij overwogen dat appellante ten aanzien van de woonfunctie lichaamsreiniging geen beperkingen heeft en het ligbad (slechts) een therapeutisch doel dient. Appellante is voorts in staat om 800 meter te lopen en, zo nodig met een achteruitkijkspiegel als hulpmiddel, te fietsen. Zij komt niet in aanmerking voor een ligbad, een scootmobiel en gesloten buitenvervoer.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, onder meer omdat appellante ten onrechte in de bezwaarprocedure niet is gehoord. Evenwel heeft de rechtbank bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand kunnen blijven. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het college in redelijkheid van de verstrekking van de woonvoorziening heeft kunnen afzien, nu appellante het ligbad slechts om therapeutische redenen heeft aangevraagd en niet gezegd kan worden dat appellante belemmeringen ondervindt met betrekking tot zelfreiniging. De rechtbank heeft tevens overwogen dat appellante enkel een gesloten vervoersvoorziening (Canta) wenst en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij om medische redenen beperkt is ten aanzien van het vertoeven in de buitenlucht, zodat een nieuw te nemen besluit niet tot de gevraagde vervoersvoorziening kan leiden.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hierbij heeft zij, onder verwijzing naar een verklaring van orthopedisch chirurg T. de Jong van 25 maart 2011, onder meer aangevoerd dat zij als gevolg van gonartrose duplex, patellofemorale artrose, atrofie en een hydrops beperkingen heeft die maken dat zij is aangewezen op een ligbad en een gesloten vervoersvoorziening. Appellante is namelijk niet in staat om zich zonder pijn te reinigen, heeft angst om (in de douche) te vallen en is beperkt in lopen.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Raad is van oordeel dat de rapporten van Argonaut, waaronder ook het rapport van

22 maart 2011 waarin een reactie is gegeven op de door appellante in beroep overgelegde brieven van huisarts P.L. Verkuyl van 25 juli 2008 en orthopedisch chirurg T. de Jong van

9 februari 2011, op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat uit hetgeen appellante heeft aangevoerd niet volgt dat de beperkingen daarin niet juist zijn vastgesteld. Het standpunt van appellante dat er een medische noodzaak bestaat voor een ligbad en gesloten buitenvervoer vindt geen steun in deze rapporten. Van de kant van appellante is voorts geen medische informatie ingezonden die inhoudt dat zij op medische gronden wel is aangewezen op deze voorzieningen. De verklaring van T. de Jong van 25 maart 2011 is hiervoor onvoldoende nu hierin is volstaan met het vermelden van een diagnose en een beschrijving van klachten.

4.2.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

5.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) I.J. Penning

IvR