Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3280

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
10-10-2014
Zaaknummer
13-177 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/177 WIA

Datum uitspraak: 8 oktober 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van

28 november 2012, 12/1564 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.R. Dorhout-Tielken, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2014. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Dorhout-Tielken. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 8 augustus 2011 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 29 augustus 2011 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.

1.2. Bij besluit van 19 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 8 augustus 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van het medische oordeel. In het rapport van 22 februari 2012 is de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingegaan op de bezwaren van appellante. Tevens heeft zij uiteengezet om welke redenen zij meer beperkingen heeft aangenomen dan de primaire verzekeringsarts. De geschiktheid van de vier geduide functies is door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (verzekeringsarts bezwaar en beroep) in de rapporten van 15 maart 2012 en

13 juni 2012 uitvoerig toegelicht. Waar nodig zijn de signaleringen besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep en gemotiveerd. De rechtbank is dan ook tot het oordeel gekomen dat het Uwv appellante op goede gronden geen WIA-uitkering heeft toegekend.

3.1.

In hoger beroep heeft appellante benadrukt dat ook in de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst van 23 februari 2012 onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen op het gebied van zitten en buigen. Om die reden kunnen de geduide functies voor haar niet geschikt worden geacht.

3.2.

Bij brief van 22 juli 2014 heeft appellante een brief in het geding gebracht van de orthopedisch chirurg F. de Meulemeester, gedateerd 27 februari 2013, handelend over sinds drie jaar bestaande lage rugklachten en een brief van de orthopedisch chirurg A.W. Zurcher, gedateerd 2 april 2013, handelend over knieklachten rechts op verwijzing van de huisarts.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

De rechtbank heeft de aangevoerde gronden met betrekking tot de rug- en knieklachten van appellante afdoende besproken en deugdelijk gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in hoger beroep bij rapport van

8 augustus 2014 uiteengezet dat noch het beroepschrift in hoger beroep noch de nadere medische informatie haar aanleiding geeft om het eerder ingenomen standpunt te wijzigen. De stukken hebben ofwel geen betrekking op de in geding zijnde datum of bevatten gegevens die al bekend waren en zijn meegewogen bij de beoordeling. De Raad heeft geen aanknopingspunten om deze naar behoren gemotiveerde beschouwingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet juist te achten.

4.3.

De rechtbank wordt voorts gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht passend zijn voor appellante.

4.4.

Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van V. van Rij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2014.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) V. van Rij

HD