Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3143

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-09-2014
Datum publicatie
29-09-2014
Zaaknummer
13-3342 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om kwijtschelding. Niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 5, eerste lid, onder a, van de Beleidsregels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/3342 WWB

Datum uitspraak: 23 september 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

2 mei 2013, 12/1366 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Oldambt (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.Z. van Braam, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2014. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. van der Veen.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 17 februari 1999 heeft het college van de voormalige gemeente Reiderland -thans gemeente Oldambt- de bijstand ingevolge de Algemene Bijstandswet van appellant over de periode van 1 maart 1994 tot 18 september 1995 herzien en de gemaakte kosten van bijstand over die periode van hem teruggevorderd tot een bedrag van fl. 36.282,82 bruto. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.

1.2.

Op 3 april 2012 heeft appellant verzocht om kwijtschelding van het restant van de vordering. Deze bedroeg op dat moment € 9.864,15.

1.3.

Bij besluit van 30 mei 2012 heeft het college het verzoek om kwijtschelding afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van de Beleidsregels terugvordering WWB, WIJ, IOAW en IOAZ van de gemeente Oldambt 2011 (Beleidsregels). Bij besluit van 16 november 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 30 mei 2012 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant stelt dat hij heeft voldaan aan de voorwaarde van artikel 5, eerste lid, onder a, van de Beleidsregels. Nu het verzoek om kwijtschelding is afgewezen onder verwijzing naar de toelichting op de Beleidsregels, heeft het college niet beslist conform het gevoerde beleid en is het verzoek om kwijtschelding ten onrechte niet gehonoreerd.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 58 van de Wet werk en bijstand (WWB) kunnen ten onrechte gemaakte dan wel onverschuldigd betaalde kosten van bijstand worden teruggevorderd. De bevoegdheid om geheel of gedeeltelijk af te zien van - verdere - terugvordering (lees: invordering) moet hierin besloten worden geacht.

4.2.

Ter invulling van deze bevoegdheid heeft het college de Beleidsregels vastgesteld. Artikel 5 van de Beleidsregels heeft betrekking op situaties waarin het college kan afzien van verdere invordering na voldoen aan de betalingsverplichting. In de toelichting op de Beleidsregels is bepaald dat indien wordt voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, onder a of b, van de Beleidsregels genoemde voorwaarde, op verzoek van de debiteur wordt afgezien van verdere terugvordering, tenzij er sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting (fraude). Voor fraudevorderingen geldt in principe dat deze volledig moeten worden terugbetaald. Deze toelichting, waarin de in artikel 5 van de Beleidsregels neergelegde bevoegdheid is uitgewerkt, maakt onderdeel uit van het door het college gevoerde beleid.

4.3.

Niet in geschil is dat de vordering van het college op appellant een fraudevordering is als bedoeld in de toelichting op artikel 5 van de Beleidsregels. Tussen partijen is uitsluitend in geschil de vraag of het college is afgeweken van het gevoerde beleid.

4.4.

Uit 4.2 volgt dat het college het bestreden besluit heeft genomen in overeenstemming met het beleid. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van C.E.M. van Paddenburgh als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2014.

(getekend) Y.J. Klik

(getekend) C.E.M. van Paddenburgh

HD