Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3048

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
18-09-2014
Zaaknummer
12-4661 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/4661 WIA

Datum uitspraak: 17 september 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

13 juli 2012, 12/731 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Aksözek, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2014. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

OVERWEGINGEN

1.

Appellant is op 1 december 2009 uitgevallen voor zijn werkzaamheden als schoonmaker voor gemiddeld 40,88 uur per week in verband met psychische klachten, longklachten, rugklachten en hoofdpijn.

2.

Bij besluit van 24 oktober 2011 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat hij met ingang van 29 november 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 1 februari 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en dat de geduide functies voor appellant geschikt zijn. De rechtbank heeft in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding gezien voor twijfel aan de geschiktheid van appellant voor de door de bezwaararbeidsdeskundige geduide functies.

4.1.

Appellant kan zich met deze uitspraak niet verenigen. Hij heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. Daarbij is gesteld dat vanwege psychische klachten, rugklachten, migraine, astmatische bronchitis en het medicijngebruik te weinig beperkingen zijn aangenomen. Appellant heeft verwezen naar de bevindingen van zijn behandelaars, waaruit volgens hem volgt dat hij meer of verdergaand beperkt is. Voorts zou de bij appellant vastgestelde depressie op grond van het protocol depressieve stoornissen tot meer beperkingen hebben dienen te leiden, waaronder een urenbeperking.

4.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

5.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1.

In hoger beroep heeft appellant de in eerdere fasen van de procedure naar voren gebrachte gronden en argumenten in essentie herhaald. De rechtbank heeft de gronden van beroep op juiste wijze besproken. De stukken bevatten voldoende informatie over de gezondheidstoestand van appellant op de in geding zijnde datum om tot een verantwoord oordeel te komen. De informatie van de fysiotherapeut, de huisarts, de psycholoog en de longarts waarmee het Uvw ten tijde van de beoordeling bekend was, biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat appellant op de datum in geding meer of anders beperkt was dan door het Uwv is aangenomen.

5.2.

In hoger beroep heeft appellant geen informatie ingediend die grond oplevert voor twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door het Uwv. Het medicatieoverzicht van

22 april 2011 doet hieraan niet af. Die gegevens waren bij de bezwaarverzekeringsarts bekend en zijn meegewogen bij de beoordeling. Met betrekking tot de stelling van appellant dat een urenbeperking moet worden aangenomen wordt gewezen op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 13 september 2012, waarin onderbouwd is aangegeven dat er geen reden is voor het stellen van een urenbeperking. De beoordeling van de rechtbank ten aanzien van de medische aspecten wordt dan ook onderschreven.

5.3.

Ten aanzien van de arbeidskundige kant van de schatting wordt volstaan met te verwijzen naar de overwegingen in de aangevallen uitspraak waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

5.4.

De overwegingen 5.1 tot en met 5.3 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2014.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) W. de Braal

IvR