Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:3043

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-09-2014
Datum publicatie
18-09-2014
Zaaknummer
12-6785 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Geen aanleiding om de door appellant aan zijn sociaal raadsvrouw verstrekte machtiging beperkt uit te leggen. Uit de machtiging blijkt niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig dat deze machtiging beperkt is tot het indienen van het bezwaarschrift en dat het Uwv zich voor de verdere afhandeling van het bezwaar weer rechtstreeks tot appellant zou moeten richten. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABKort 2014/347

Uitspraak

12/6785 WIA

Datum uitspraak: 5 september 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

14 november 2012, 12/5688 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.V. Hendriksen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2014. Namens appellant is verschenen mr. Hendriksen. Namens het Uwv is, met bericht, niemand verschenen.

OVERWEGINGEN

1.

Bij besluit van 3 februari 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van

5 april 2012 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 5 juni 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 februari 2012 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv niet onzorgvuldig heeft gehandeld door geen hoorzitting te houden, nadat de gemachtigde van appellant had aangegeven daaraan geen behoefte te hebben. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv moet kunnen afgaan op de belangenbehartiging van de door appellant voorgedragen gemachtigde. De belangenbehartiging betreft niet alleen het maken van bezwaar, maar ook de handelingen die in de daarop volgende fasen van de bezwaarprocedure worden verricht, waaronder het nemen van een beslissing over het al dan niet horen van appellant tijdens een hoorzitting.

De rechtbank heeft voorts geen aanknopingspunten gezien om het medisch en arbeidskundig oordeel van het Uwv onjuist te achten.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat de gemachtigde uitsluitend gevraagd was om te helpen bij het opstellen van een bezwaarschrift. De gemachtigde had slechts een beperkte machtiging. Het Uwv had appellant in de gelegenheid moeten stellen om in bezwaar in persoon de hoorzitting bij te wonen. Verder heeft appellant herhaald dat op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) meer beperkingen aangenomen hadden moeten worden. Appellant heeft gesteld dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten.

3.2.

Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat het op het terrein van de sociale zekerheid gebruikelijk is dat een gemachtigde tijdens de gehele procedure optreedt en niet alleen voor het opstellen van een beroepschrift. Kennelijk heeft ook de gemachtigde de machtiging niet beperkt opgevat. De bezwaarverzekeringsarts heeft in een rapport van

25 oktober 2012 de in beroep ingebrachte informatie beoordeeld. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe informatie ingebracht.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om de door appellant aan zijn sociaal raadsvrouw verstrekte machtiging beperkt uit te leggen. Uit de machtiging blijkt niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig dat deze machtiging beperkt is tot het indienen van het bezwaarschrift en dat het Uwv zich voor de verdere afhandeling van het bezwaar weer rechtstreeks tot appellant zou moeten richten. Het optreden van een gemachtigde heeft tot gevolg dat het contact in beginsel via de gemachtigde verloopt. De stelling van appellant dat het Uwv niet had mogen afgaan op de telefonische mededeling van de gemachtigde dat appellant afzag van een hoorzitting moet worden verworpen.

4.2.

De door appellant in hoger beroep ingediende gronden zijn in essentie een herhaling van de gronden die ook in beroep zijn aangevoerd. De rechtbank heeft die gronden beoordeeld en de Raad kan zich in die beoordeling geheel vinden. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht waaruit zou kunnen blijken dat hij op de datum in geding als gevolg van psychische en lichamelijke klachten meer beperkt was dan door de verzekeringsartsen van het Uwv is aangenomen.

4.3.

Uitgaande van de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de functies die aan de schatting ten grondslag zijn gelegd in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

4.4.

Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker als voorzitter en E.W. Akkerman en P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2014.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) M. Crum

IJ