Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2904

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-09-2014
Datum publicatie
02-09-2014
Zaaknummer
13-437 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstand. Gezamenlijke huishouding. Schending inlichtingenverplichting.

Wetsverwijzingen
Wet werk en bijstand
Wet werk en bijstand 17
Wet werk en bijstand 54
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2014/311
RSV 2014/250

Uitspraak

13/437 WWB

Datum uitspraak: 2 september 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 december 2012, 12/4003 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante]te [woonplaats](appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I. Jadib, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend en schriftelijke vragen van de Raad beantwoord.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2014. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Jadib. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

drs. E. Breukelman.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante ontving vanaf 27 september 2006 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm van een alleenstaande ouder nadat appellante en haar toenmalige partner [naam N.](N), vader van haar kinderen, uit elkaar waren gegaan.

1.2.

Op 9 augustus 2011 heeft N naar aanleiding van een onderzoek naar een bijstandsverhaalbijdrage van zijn kant tegenover twee opsporingsambtenaren van de sociale recherche Leidschendam-Voorburg verklaard dat hij in de periode van oktober 2006 tot november 2010 op het adres van appellante heeft gewoond. Appellante heeft, daarmee geconfronteerd, op 15 augustus 2011 de verklaring van N bevestigd.

1.3.

Bij besluit van 5 september 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 maart 2012 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellante over de periode van 1 oktober 2006 tot 1 november 2010 ingetrokken. De besluitvorming berust op de grond dat appellante een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met N en dit in strijd met de inlichtingenverplichting niet aan het college heeft gemeld.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij dagelijks werd geterroriseerd door N, die zich tegen haar wil opdrong in haar leven en woning. Appellante werd dusdanig mishandeld en bedreigd dat zij dit en het feit dat N bij haar woonde uit angst niet durfde te vertellen. Zij heeft weliswaar aangifte gedaan bij de politie maar dit leidde tot grote woede bij N, die haar na zijn strafrechtelijke veroordeling opnieuw bedreigde. Deze bedreiging kwam erop neer dat als appellante nog eenmaal haar mond open zou doen, zij dit met haar leven zou moeten bekopen. Zij vreesde voor haar leven en dat van haar kinderen als zij het college zou inlichten. De vertegenwoordiger van het college heeft ter zitting van de rechtbank erkend dat sprake was van een schrijnende situatie maar heeft meegedeeld dat er geen ruimte was om van het beleid af te wijken. Onder die omstandigheden had de rechtbank niet tot het oordeel kunnen komen dat wat appellante heeft aangevoerd over de dwang van N om hem tot haar woning toe te laten, geen (dringende) reden oplevert op grond waarvan het college niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot intrekking op grond van artikel 54, derde lid en onder a, van de WWB gebruik heeft kunnen maken.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De te beoordelen periode loopt van 1 oktober 2006 tot 1 november 2010.

4.2.

Niet in geschil is dat het college op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB bevoegd was de bijstand van appellante in te trekken. Het geding spitst zich toe op de vraag of het college in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kon maken door de volledige bijstand van appellante over de periode van 1 oktober 2006 tot 1 november 2010 in te trekken.

4.3.

Het college heeft kenbaar gemaakt dat ter zake van de bevoegdheid tot intrekking van bijstand geen beleid is geformuleerd. De wijze waarop het college van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt dient daarom te worden getoetst aan - voor zover hier van belang - artikel 3:4, tweede lid, van de Awb, wat inhoudt dat voor een belanghebbende nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

4.4.

Wat appellante heeft aangevoerd over de omstandigheden waaronder zij N heeft toegestaan in haar woning zijn hoofdverblijf te hebben en over de door haar gestelde reden van de schending van de inlichtingenverplichting, leidt niet tot het oordeel dat het college bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot intrekking gebruik heeft kunnen maken. De gevolgen van de uit de intrekking van de bijstand voortvloeiende bevoegdheid tot terugvordering van de bijstand van appellante, welk besluit tot terugvordering, zoals de gemachtigde van appellante ter zitting van de Raad heeft bevestigd, overigens in rechte vaststaat, kunnen hier geen rol spelen, daar zij niet rechtstreeks voortvloeien uit het besluit tot intrekking.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en M. Hillen en F. Hoogendijk als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2014.

(getekend) O.L.H.W.I. Korte

(getekend) J.T.P. Pot

HD