Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2869

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
28-08-2014
Zaaknummer
14-595 AOW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

14/595 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2013, 13/4104 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: D.W.M. Kaldenhoven

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 23 mei 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat de termijn voor voldoening van het griffierecht niet toereikend was en hij bereid is alsnog te betalen.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

QH

BESCHEID

Der Centrale Raad van Beroep,

Entscheidet:

Erklärt den Widerspruch unbegründet.

Dieses Urteil wurde gesprochen von T.G.M. Simons, in Anwesenheit von

D.W.M. Kaldenhoven als Protokollführer. Die Entscheidung wurde in der Öffentlichtkeit am 13 August 2014 verkündet.