Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2840

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
27-08-2014
Zaaknummer
14-365 ZW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

14/365 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 december 2013, 12/7981 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[naam B.V.] te [vestigingsplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: D.W.M. Kaldenhoven

Ter zitting is verschenen: drs. J.C. van Beek, gemachtigde van het Uwv

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet ongegrond;

- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 478,- door de griffier van de

Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 23 april 2014 heeft de Raad het namens appellante door W. Zhou ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.

In verzet heeft de gemachtigde van appellante aangevoerd dat de Raad de correspondentie ten onrechte aan zijn privéadres heeft gezonden en dat een medewerker van de Raad in een telefonisch onderhoud heeft bericht dat de zaak na betaling van het verschuldigde griffierecht in behandeling zou worden genomen.

De Raad is van oordeel dat de gemachtigde van appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Uit de gedingstukken blijkt dat de gemachtigde van appellante in zijn hogerberoepschrift zijn privéadres heeft vermeld en daarbij heeft aangegeven: “Woonadres is tevens correspondentieadres”. De gemachtigde van appellante heeft (ook) geen verklaring gegeven voor het feit dat hij de - eveneens aan het privéadres

gezonden - correspondentie met betrekking tot het verschuldigde griffierecht wel heeft afgehandeld.

De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

TM