Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2806

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-08-2014
Datum publicatie
22-08-2014
Zaaknummer
13-1062 WUBO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om toekenningen op grond van de Wubo. Appellant heeft geen relevante nieuwe feiten of gegevens vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/1062 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 30 januari 2013, kenmerk BZ01529125 (bestreden besluit).

Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2014. Appellant is niet verschenen, zoals tevoren was gemeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is geboren in 1939 in het toenmalige Nederlands-Indiƫ. In juli 2002 heeft hij verzocht om toekenningen op grond van de Wubo. Hierop is bij besluit van 2 april 2003 afwijzend beslist op de grond dat niet is komen vast te staan dat appellant is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Overwogen is onder meer dat niet is gebleken dat de evacuaties naar de kathedraal in Padang en later naar de Emmahaven vanuit een levensbedreigende situatie dan wel onder levensbedreigende omstandigheden hebben plaatsgevonden. Verder is niet gebleken dat appellant direct betrokken is geweest bij beschietingen tijdens deze evacuaties en tijdens zijn verblijf in de kathedraal te Padang. Het verblijf in die kathedraal kan niet onder de werking van de Wubo worden gebracht omdat de kathedraal als beschermingskamp fungeerde. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 september 2003. Hiertegen is geen beroep ingesteld.

1.2. In april 2012 heeft appellant opnieuw verzocht om toekenningen op grond van de Wubo. Bij besluit van 12 september 2012 is hierop afwijzend beslist. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2.

Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1.

Op grond van artikel 61, derde lid van de Wubo is verweerder bevoegd op een daartoe door de belanghebbende gedane aanvraag een door hem gegeven beschikking in het voordeel van de bij die beschikking betrokkene te herzien. Gelet op het karakter van deze discretionaire bevoegdheid kan de Raad een dergelijk besluit slechts met terughoudendheid toetsen. Daarbij staat centraal of feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die aan verweerder bij het nemen van het eerdere besluit niet bekend waren en die dat besluit in een zodanig nieuw licht plaatsen dat verweerder daarin aanleiding had moeten vinden om tot herziening over te gaan.

2.2.

De bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing is gebaseerd op de grond dat appellant bij zijn herzieningsverzoek en ook tijdens de bezwaarprocedure geen relevante nieuwe feiten of gegevens heeft vermeld die aanleiding geven de eerdere afwijzing te herzien. Er is niet gebleken dat de beslissing van 2003 niet juist is geweest. De Raad volgt verweerder hierin. Ook op grond van de bij het verzoek om herziening ingebrachte nieuwe verklaring van[naam], neef van appellant, die ook ten behoeve van de eerdere aanvraag al een verklaring had ingediend, is niet aannemelijk geworden dat genoemde evacuaties hebben plaatsgevonden vanuit een levensbedreigende situatie of onder levensbedreigende omstandigheden. Dat het konvooi op weg naar de haven zou zijn beschoten of bekogeld blijkt niet uit de eigen verklaringen van appellant. Evenmin is op grond van de nieuwe verklaring van[naam] aannemelijk geworden dat appellant direct betrokken is geweest bij beschietingen. Het verblijf in de kathedraal te Padang was ter bescherming en valt niet onder de werking van de Wubo.

2.3.

Dat[naam] in 1998 wel is erkend op grond van dezelfde gebeurtenissen is geen nieuw gegeven. Dat was ook al bekend ten tijde van de onder 1.1 genomen besluiten. Er is toen geen strijd met het gelijkheidsbeginsel aanwezig geacht. De beoordeling of sprake is van calamiteiten in de zin van de Wubo is in de periode sinds 1998 aan voorschrijdend inzicht onderhevig geweest.

3.

Het voorgaande betekent dat het beroep ongegrond is.

4.

Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2014.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) E. Heemsbergen

HD