Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2746

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-08-2014
Datum publicatie
16-08-2014
Zaaknummer
12-4806 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen medisch substraat is om een verdergaande urenbeperking aan te nemen dan door het Uwv is gedaan. Er zijn ook geen somatische verklaringen gevonden voor de gediagnostiseerde CVS. Het Uwv heeft de urenbeperking mede vastgesteld aan de hand van de Standaard verminderde arbeidsduur en het Protocol CVS. Deze richtlijnen bevatten echter geen verplichting voor het Uwv om, in een situatie als deze, waar geen medisch substraat voor de diagnose CVS is aan te wijzen, enkel uit te gaan van de ervaringen van appellant. Daaraan doet niet af dat het Uwv die ervaringen als geloofwaardig bestempelt. De Raad onderschrijft derhalve het oordeel van de rechtbank dat met een urenbeperking tot vier uur per dag voldoende rekening is gehouden met de vermoeidheidsklachten van appellant. Voor een neuropsychologisch onderzoek ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, aanleiding, nu er geen medische gronden zijn voor een dergelijk onderzoek. Voldoende gemotiveerde arbeidsdeskundige rapporten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/4806 WIA

Datum uitspraak: 15 augustus 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 18 juli 2012, AWB 12/801 WIA (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A.I. Timmermans, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Timmermans. Het Uwv is - met bericht van verhindering - niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Aan appellant, die laatstelijk werkzaam is geweest als bedrijfsleider, is met ingang van
23 februari 2008 een loongerelateerde uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) toegekend.

1.2. Bij besluit van 8 juni 2011 heeft het Uwv aan appellant bericht dat die loongerelateerde uitkering op 23 september 2011 eindigt en dat aan hem per die datum een
WGA-vervolguitkering wordt toegekend, berekend naar een uitkeringspercentage van 50,75%.

1.3. Bij besluit van 12 januari 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 8 juni 2011 ongegrond verklaard. Daarbij is de mate van arbeidsongeschiktheid per 23 september 2011 vastgesteld op 71%, hetgeen indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80% impliceert.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2.2. De rechtbank is van oordeel dat het medisch en arbeidskundig onderzoek door het Uwv op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden, en dat indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80% op goede gronden heeft plaatsgevonden.

3.

In hoger beroep voert appellant met name aan dat er een verdergaande urenbeperking noodzakelijk is dan het Uwv heeft aangenomen. Appellant acht zich, gebaseerd op zijn eigen ervaringen, maximaal in staat tot twee uur werken per dag. Appellant acht zich niet in staat de door het Uwv geselecteerde functies te vervullen, omdat deze te zwaar voor hem zijn.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

Appellant lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Appellant is daarvoor ook geruime tijd behandeld. Uitgaande van deze diagnose heeft het Uwv in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) beperkingen opgenomen in verband met een verminderd energetisch niveau. Het Uwv acht appellant geschikt voor passende werkzaamheden gedurende ongeveer vier uur per dag. Ook zijn er in de FML beperkingen opgenomen voor (sterk) wisselende diensten en nachtdiensten.

4.3.

Appellant is van oordeel dat hij maximaal twee uur per dag kan werken. Hij baseert dit op zijn ervaringen bij zijn laatste werkgever, waar hij voor halve dagen heeft hervat. Volgens appellant heeft hij daar echter nooit reƫel vier uur kunnen werken, gelet op de vele pauzes die hij nodig had om het werk vol te kunnen houden.

4.4.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen medisch substraat is om een verdergaande urenbeperking aan te nemen dan door het Uwv is gedaan. Er zijn ook geen somatische verklaringen gevonden voor de gediagnostiseerde CVS. Het Uwv heeft de urenbeperking mede vastgesteld aan de hand van de Standaard verminderde arbeidsduur en het Protocol CVS. Deze richtlijnen bevatten echter geen verplichting voor het Uwv om, in een situatie als deze, waar geen medisch substraat voor de diagnose CVS is aan te wijzen, enkel uit te gaan van de ervaringen van appellant. Daaraan doet niet af dat het Uwv die ervaringen als geloofwaardig bestempelt.

De Raad onderschrijft derhalve het oordeel van de rechtbank dat met een urenbeperking tot vier uur per dag voldoende rekening is gehouden met de vermoeidheidsklachten van appellant. Voor een neuropsychologisch onderzoek ziet de Raad, evenmin als de rechtbank, aanleiding, nu er geen medische gronden zijn voor een dergelijk onderzoek.

4.5.

In de arbeidsdeskundige rapporten, met name die van 19 maart 2012 en van
26 oktober 2012, is voldoende gemotiveerd dat appellant in staat is, met inachtname van de vastgestelde beperkingen, de geselecteerde functies te verrichten.

4.6.

Hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.1 tot en met 4.5 leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker als voorzitter en E.W. Akkerman en
B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2014.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) I.J. Penning

IvZ