Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2722

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
14-08-2014
Zaaknummer
13-6755 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift. Uit de gang van zaken komt niet naar voren dat betrokkene door haar psychische gesteldheid niet is staat is geweest tijdig het bezwaarschrift in te dienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2014/299

Uitspraak

13/6755 ZW

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

6 november 2013, 13/6290 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. M. Pinarbasi, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2014. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. dr. J. Ermes. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door

mr. Pinarbasi.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft bij besluit van 30 mei 2013 aan betrokkene bericht dat zij met ingang van 4 juni 2013 niet meer in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).

1.2. Betrokkene heeft gedateerd 10 juni 2013 tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft dit bezwaar op 17 juni 2013 ter post bezorgd. Het is op 18 juni 2013 bij appellant ingekomen.

1.3. Appellant heeft het bezwaar bij besluit van 24 juni 2013 (bestreden besluit) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

2.

De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van betrokkene te nemen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat betrokkene het bezwaarschrift te laat heeft ingediend. Er is geen sprake van een situatie waarin redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over de niet-verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, dus het bezwaar is ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Met de brieven van de behandelend psychiater heeft betrokkene voldoende onderbouwd dat bij haar sprake is van een dusdanig ernstig psychiatrisch beeld dat zij niet in staat was adequaat te handelen met als gevolg de te late indiening van het bezwaarschrift. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar.

3.1.

Appellant heeft daartegen aangevoerd dat hij niet de gelegenheid heeft gehad op de brief d.d. 1 oktober 2013 van de behandelend psychiater van betrokkene te reageren, nu deze brief pas één dag voor de zitting is ontvangen. Verder heeft appellant een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 10 februari 2014 overgelegd. De bezwaarverzekeringsarts heeft gesteld dat onduidelijk is op grond van welk ziektebeeld betrokkene niet in staat zou zijn geweest een bezwaarschrift in te dienen. Zij kon wel aangifte doen van de inbraak op 4 juni 2013, zij kon op 10 juni 2013 het bezwaarschrift schrijven maar zou dit niet tijdig op de post hebben kunnen doen. De termijnoverschrijding is dus niet verschoonbaar.

3.2.

Betrokkene heeft gesteld dat de brief van de psychiater van 1 oktober 2013 enkel een nadere toelichting is op eerdere brieven. Zij was door de inbraak in haar woning op
4 juni 2013 psychisch niet in staat het bezwaar tijdig in te dienen. Zij is kort na de inbraak zowel bij haar huisarts als bij de psychiater (bij wie zij al sinds 2001 in behandeling is) geweest.

4.

De Raad overweegt als volgt.

4.1.

Niet in geschil is dat het bezwaar te laat is ingediend.

4.2.

Daargelaten het antwoord op de vraag of de rechtbank de brief van de psychiater van
1 oktober 2013 in haar beoordeling had mogen betrekken, is de Raad van oordeel dat appellant bij het bestreden besluit het bezwaar van betrokkene kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren.

4.3.

Ter zitting heeft betrokkene uitgelegd dat zij erg geschrokken was van de inbraak, dat zij bij de buurvrouw de politie heeft gebeld, dat deze gekomen is en dat zij toen aangifte heeft gedaan. Zij heeft het bezwaarschrift op 10 juni 2013 geschreven bij een vriendin, op de computer van die vriendin. Diezelfde dag heeft zij het bezwaarschrift in een enveloppe gedaan. Die enveloppe is vervolgens een paar dagen op het aanrecht blijven liggen.

4.4

Uit deze gang van zaken komt niet naar voren dat betrokkene door haar psychische gesteldheid niet is staat is geweest tijdig het bezwaarschrift in te dienen. De enveloppe lag klaar. Zij hoefde hem alleen nog naar de brievenbus te (laten) brengen. De brieven van de psychiater zijn te weinig concreet aangaande de psychische toestand van betrokkene in de betreffende periode om daaruit de conclusie te kunnen trekken dat betrokkene niet in staat was het bezwaarschrift tijdig in de brievenbus te doen.

4.5.

Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2014.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) H.J. Dekker

IvZ