Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2520

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-07-2014
Datum publicatie
29-07-2014
Zaaknummer
13-4581 WUBO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om de kosten van verhuizing en herinrichting te vergoeden. Twee adviserend geneeskundigen hebben beiden geen medische noodzaak of een medisch-sociale wenselijkheid voor een verhuizing aanwezig geacht. Uit de adviezen en de overige gedingstukken blijkt dat de bank waar appellant zijn hypotheek heeft afgesloten dreigt met gedwongen verkoop van de woning. Ook appellant zelf heeft aangegeven dat dit de reden vormt om te verhuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/4581 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 24 juli 2014

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 juli 2013, kenmerk BZ01633412 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen

burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2014, waar appellant niet is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind en

mr. C. Vooijs.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, geboren in 1930, is in 1994 erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Daarbij is aangenomen dat bij hem sprake is van blijvende psychische invaliditeit als gevolg van het door hem ondergane oorlogsgeweld. Later is ook aanvaard dat de gevolgen van een neusfractuur met dat oorlogsgeweld in verband staan.

1.2. In maart 2013 heeft appellant verzocht om aan hem de kosten van verhuizing en herinrichting te vergoeden. Hierbij heeft hij laten weten dat hij zijn huis gedwongen moet verkopen vanwege financiƫle problemen. Op dit verzoek heeft verweerder afwijzend beslist bij besluit van 3 juni 2013, welke afwijzing na bezwaar is gehandhaafd bij het bestreden besluit.

2.

Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd overweegt de Raad als volgt.

2.1.

Verweerder hanteert als beleid dat een vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten kan worden toegekend als de causale medische klachten een verhuizing naar een andere (adequate) woning noodzakelijk maken. Voor het toekennen van een tegemoetkoming geldt

- kort gezegd - de voorwaarde dat sprake is van een combinatie van niet-causale klachten die de verhuizing medisch noodzakelijk maken en causale klachten die de verhuizing wenselijk maken. De Raad heeft meermalen uitgesproken dit beleid van verweerder houdbaar te achten.

2.2.

De hier in geding zijnde afwijzing is gebaseerd op adviezen van twee adviserend geneeskundigen van verweerder. Deze hebben beiden geen medische noodzaak of een medisch-sociale wenselijkheid voor een verhuizing aanwezig geacht. Uit deze adviezen en de overige gedingstukken blijkt dat de bank waar appellant zijn hypotheek heeft afgesloten dreigt met gedwongen verkoop van de woning. Ook appellant zelf heeft aangegeven dat dit de reden vormt om te verhuizen. Daarmee wordt niet voldaan aan de onder 2.1 genoemde criteria. Dat de te betrekken woning zou moeten voldoen aan bepaalde eisen in verband met de psychische klachten van appellant, maakt dat niet anders.

2.3.

Het beroep wordt dus ongegrond verklaard.

3.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en

B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2014.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

De griffier is buiten staat te ondertekenen

HD