Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2426

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
24-07-2014
Zaaknummer
13-5452 WWB-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Weigering bijstand. Appellant ontvangt inkomsten waarmee hij in de kosten van levensonderhoud kan voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/5452 WWB-PV

Datum uitspraak: 8 juli 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 augustus 2013, 12/1332 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Bellingwedde (college)

Zitting heeft: A.B.J. van der Ham

Griffier: O.P.L. Hovens

Ter zitting is namens appellant verschenen mr. R. Skála. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij besluit van 5 augustus 2010, gehandhaafd bij besluit van 8 november 2012 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) afgewezen. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat appellant inkomsten ontvangt waarmee hij in de kosten van levensonderhoud kan voorzien.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd omdat het college - in strijd met artikel 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht - appellant ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om (mondeling) te reageren alvorens op zijn bezwaar werd beslist.

Niet in geschil is dat appellant in de hier te beoordelen periode (18 juni 2010 tot en met
5 augustus 2010) een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontving ter hoogte van tenminste de voor hem geldende bijstandsnorm. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat in verband met een door de belastingdienst gelegd beslag op zijn WAO-uitkering hij niet beschikte over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en niet in de kosten van zijn levensonderhoud kon voorzien. Pas in september 2011 is het beslag - na de aanzegging van een civiele kort gedingprocedure - opgeheven.

Bezwaren tegen een gelegd beslag dient de beslagdebiteur (in dit geval appellant) ingevolge artikel 438 van het Rv voor te leggen aan de civiele rechter. Appellant heeft aangevoerd dat hij in de periode vóór september 2011 vele pogingen heeft ondernomen om - in overleg met de belastingdienst - het gelegde beslag op te heffen dan wel in ieder geval de beschikking te krijgen over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet. Het ter zitting gedane verzoek om aanhouding van de zaak teneinde bewijs aan te dragen van deze stelling wordt afgewezen. Niet valt in te zien dat appellant niet eerder dan in september 2011 een civiele kort gedingprocedure had kunnen aanspannen om het door de belastingdienst gelegde beslag op te heffen. De gevolgen van de keuze van appellant om in eerste instantie geen rechtsmaatregelen te treffen en pas in december 2011 over te gaan tot (aanzegging van) de civiele kort gedingprocedure dienen voor zijn rekening en risico te blijven.

Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat appellant ten tijde in geding redelijkerwijs de beschikking had kunnen krijgen over een inkomen ter hoogte van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm en dat hij daarmee in de kosten van levensonderhoud had kunnen voorzien. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

O.P.L. Hovens A.B.J. van der Ham

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

nk