Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2407

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-07-2014
Datum publicatie
21-07-2014
Zaaknummer
13-4841 ZVW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 juli 2014

13/4841 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

27 augustus 2013, 12/6147

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) als rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen (Cvz)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij brief van 10 september 2013 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 118,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 14 oktober 2013 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Bij brief van 12 september 2013, bij de Raad op 23 oktober 2013 ontvangen, heeft appellant aangegeven dat hij nog niet in staat is het verschuldigde griffierecht te betalen.

Bij aangetekende brief van 22 mei 2014 is appellant meegedeeld dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om binnen twee weken een aanvraag om bijzondere bijstand in te dienen of binnen vier weken het griffierecht te betalen. Daarbij is gewezen dat als het griffierecht niet tijdig betaald is, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet in behandeling kan worden genomen.

Bij brief van 23 mei 2014 heeft appellant meegedeeld dat hij – omdat hij een profeet is – geen bijzondere bijstand aanvraagt. Het ingediende griffierecht is ook niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) K.R. van Renswoude

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

IvZ