Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2328

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
21-07-2014
Zaaknummer
12-6216 VALYS
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget. De Raad is met Argonaut van oordeel dat de in hoger beroep overgelegde medische verklaring van 28 januari 2014 en de stelling van appellante over de mogelijke angstaanvallen geen relevante medische feiten bevatten waaruit kan worden afgeleid dat het voor appellante niet mogelijk is met de trein te reizen. Voor het inschakelen van een deskundige, zoals appellante in hoger beroep heeft verzocht, bestaat geen aanleiding. Niet is gebleken van omstandigheden die ertoe leiden dat de situatie van appellante zodanig bijzonder is dat Argonaut met toepassing van artikel 4:84 van de Awb had moeten afwijken van het Protocol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/6216 VALYS

Datum uitspraak: 9 juli 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 november 2012, 12/5918 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Argonaut Advies B.V. (Argonaut)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.M. Breevoort hoger beroep ingesteld.

Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2014. Namens appellante is

mr. Breevoort verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Stové en drs. S.J. Heemstra.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 17 april 2012 heeft Argonaut de aanvraag van appellante om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget afgewezen.

1.2.

Na bezwaar heeft Argonaut deze afwijzing gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2012 (bestreden besluit).

2.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard op de grond dat - kort gezegd - de medische aandoeningen het appellante niet onmogelijk maken om - met begeleiding - met de trein te reizen. Volgens de rechtbank is niet gebleken dat het onderzoek onzorgvuldig is, dan wel dat de door de bezwaararts getrokken conclusies onjuist zijn. De door appellante in het geding gebrachte medische stukken acht de rechtbank hiervoor ontoereikend. Voorts acht de rechtbank de omstandigheden van appellante niet zodanig dat Argonaut op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van zijn in het Protocol neergelegde beleid ten gunste van appellante had moeten afwijken.

3.1.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft daarbij haar eerder ingenomen standpunt dat zij vanwege lichamelijke beperkingen en haar beperkingen voortvloeiend uit manische depressiviteit niet in staat is om met de trein te reizen, gehandhaafd. Voorts heeft zij een verklaring van 28 januari 2014 van B. Jonker, psychiater, en R. Sewbalaksing, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, in het geding gebracht en heeft zij gesteld dat de enkele gedachte om met de rolstoel de trein ingeduwd te worden haar beangstigd en als zoiets daadwerkelijk gebeurt, zij angstaanvallen zal krijgen.

3.2.

Argonaut heeft in verweer aangevoerd zich te kunnen vinden in de aangevallen uitspraak. De in hoger beroep ingebrachte medische verklaring en de stelling over de angstaanvallen bevatten volgens Argonaut, na bespreking hiervan met de medisch adviseur, geen nieuwe (medisch relevante) feiten.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellante heeft verwezen naar de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden.

4.2.

De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom Argonaut de aanvraag van appellante op goede gronden heeft afgewezen. De Raad verenigt zich met het door de rechtbank gegeven oordeel.

4.3.

De Raad is met Argonaut van oordeel dat de in hoger beroep overgelegde medische verklaring van 28 januari 2014 en de stelling van appellante over de mogelijke angstaanvallen geen relevante medische feiten bevatten waaruit kan worden afgeleid dat het voor appellante niet mogelijk is met de trein te reizen. Voor het inschakelen van een deskundige, zoals appellante in hoger beroep heeft verzocht, bestaat geen aanleiding. Tot slot is niet gebleken van omstandigheden die ertoe leiden dat de situatie van appellante zodanig bijzonder is dat Argonaut met toepassing van artikel 4:84 van de Awb had moeten afwijken van het Protocol.

4.4.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen ruimte.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2014.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) I.J. Penning

RB