Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2215

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
04-07-2014
Zaaknummer
12-2444 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag WAO-uitkering terecht buiten behandeling gesteld. Geen juist BSN door appellant verstrekt welke het Uwv nodig heeft om de aanvraag te behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/2444 WAO

Datum uitspraak: 2 juli 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
12 maart 2012, 11/4955 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant]te [woonplaats] (Marokko) (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en op de nadere stukken van appellant gereageerd.

Partijen hebben schriftelijk gereageerd op door de Raad gestelde vragen.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 mei 2014. Appellant is niet verschenen. Het Uwv is, met bericht, eveneens niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij brief van 14 februari 2011 heeft appellant, onder vermelding van BSN [nummer], dat hij in Nederland heeft gewerkt en dat hij ziek is geworden, verzocht hem uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen.

1.2. Op 22 maart 2011 heeft het Uwv aan appellant gevraagd om nadere gegevens en een juist sofinummer in te zenden.

1.3. Bij besluit van 3 mei 2011 heeft het Uwv aan appellant bericht zijn aanvraag niet verder in behandeling te nemen, omdat de door hem ingezonden gegevens niet voldoende zijn om zijn aanvraag te behandelen. Bij besluit van 8 september 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van 3 mei 2011 ingediende bezwaar ongegrond verklaard, onder overweging dat appellant de gevraagde gegevens niet heeft geleverd.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat het Uwv bevoegd was om de aanvraag van appellant met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling te stellen, omdat appellant niet alle benodigde stukken heeft overgelegd.

3.

In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij in Nederland gewerkt heeft en dat het Uwv ten onrechte geen onderzoek heeft verricht.

4.

De Raad komt tot hetzelfde oordeel als de rechtbank en onderschrijft de overwegingen die daartoe in de aangevallen uitspraak zijn gegeven. Daaraan wordt toegevoegd dat in hoger beroep, ook na uitdrukkelijk verzoek van de Raad, geen juist BSN door appellant is verstrekt welke het Uwv nodig heeft om zijn aanvraag te behandelen. Het hoger beroep slaagt niet zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2014.

(getekend) J.S. van der Kolk

(getekend) D.E.P.M. Bary

IvR