Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2187

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-06-2014
Datum publicatie
01-07-2014
Zaaknummer
13-438 MAW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering. Het is niet onredelijk dat appellant de door hem niet wenselijk geachte opbouw van de organisatie niet verder wil uitbreiden. Appellant heeft zich tevens in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het organisatiebelang zwaarder dient te wegen dan het belang van betrokkene bij een gelijke rang als zijn collega’s die een functie uitoefenen met een somscore van 35 punten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/438 MAW

Datum uitspraak: 26 juni 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

12 december 2012, 12/3222 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Minister van Defensie (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft N. Bertrand een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2014. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.I. Biharie-Pronk en L.R. Wouda. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. C. van Kins.

OVERWEGINGEN

1.1. Betrokkene is werkzaam in de functie van [naam functie] (Hoofd Schilderen) op de vliegbasis [naam vliegbasis] in de rang van

[rang]. Op 16 maart 2011 heeft hij verzocht om herwaardering van zijn functie.

1.2. Bij besluit van 5 september 2011 heeft appellant het verzoek om herwaardering van de functie afgewezen, omdat niet aannemelijk is dat het samenstel of niveau van de werkzaamheden met 20% of meer is gewijzigd. Betrokkene heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft een Luchtmachtbreed onderzoek plaatsgevonden naar de waardering van de functies van schilders, plaatwerkers en kunststofverwerkers. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek heeft het Dienstencentrum Formatieadvies voor de functie van Hoofd Schilderen een somscore van 35 punten vastgesteld en een rangadvies van [naam functie B.]. Na verkregen toestemming van de Commandant der Strijdkrachten om te mogen afwijken van het rangadvies, heeft appellant bij besluit van 5 maart 2012 (bestreden besluit) het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. Appellant heeft aan de afwijzing van het verzoek om herwaardering ten grondslag gelegd dat vanwege de toekomstige overheveling van het faseonderhoud aan de F-16 naar het Logistiek Centrum Woensdrecht de inhoud van de functie van Hoofd Schilderen zal veranderen. Daardoor zal de somscore verminderen en zal de functie terugkeren naar het niveau van [rang]. Waardering van de functie van betrokkene op het niveau van [naam functie B.] zou er toe leiden dat betrokkene na de wijziging van de functie overtollig wordt. Bovendien zijn er bij de Luchtmacht al 87 adjudanten te veel. Het is daarom onwenselijk nieuwe

adjudanten-onderofficier te benoemen. Verder vindt appellant het ongewenst dat bij waardering van de functie van Hoofd Schilderen op de rang van [naam functie B.] de doorstroommogelijkheden van de op de vliegbasis werkzame sergeanten in de functiegroep Schilderen worden geblokkeerd door het wegvallen van de rang van [rang]. Door het handhaven van de functie van Hoofd Schilderen op de rang van [rang] blijft sprake van een evenwichtige opbouw van het functiehuis Schilderen.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen over griffierecht en proceskosten, het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van

5 september 2011 herroepen en bepaald dat betrokkene met ingang van 16 maart 2011 wordt bevorderd tot de rang van [naam functie B.]. De rechtbank heeft vastgesteld dat uitsluitend betrokkene een functie heeft met een somscore van 35 punten en een rang van [rang]. Andere functies met een somscore van 35 punten zijn gewaardeerd met de rang van [naam functie B.]. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder in redelijkheid het organisatiebelang niet heeft kunnen laten voorgaan boven het belang van betrokkene bij een gelijke beloning, aangezien het bij betrokkene om een incidenteel geval gaat en precedentwerking dus geen rol speelt.

3.

Appellant heeft op hierna te bespreken gronden hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellant voert aan dat niet alle functies waarmee betrokkene zich vergelijkt, zijn gewaardeerd in de rang van [naam functie B.], omdat de hoofden van werkplaatsen verschillende rangen hebben met verschillende werkzaamheden, taken en verantwoordelijkheden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Betrokkene beroept zich immers niet op een vergelijking met andere hoofden van werkplaatsen. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat zijn functie de enige functie op de vliegbasis is met een somscore van 35 punten die is gewaardeerd in de rang van [rang] en dat alle andere functies met dezelfde somscore zijn gewaardeerd in de rang van [naam functie B.]. Appellant heeft de juistheid van dit standpunt van betrokkene erkend.

4.2.

Appellant heeft verder aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de bedrijfseconomische redenen die ten grondslag liggen aan het handhaven van de waardering van de functie van betrokkene op de rang van [rang].

4.3.

Volgens de tabel rangbrackets ten behoeve van de rang-/schaalvaststelling (tabel) wordt een functie met een bepaalde somscore meestal vastgesteld in een bijbehorende rang. Vaststelling op een naast gelegen lagere of hogere rang is soms mogelijk en wordt beoordeeld aan de hand van zogenaamde beleidsfactoren. Deze beleidsfactoren houden in dat waardering op een andere rang kan plaatsvinden:

a. indien de hiërarchische verhoudingen ertoe noodzaken;

b. indien externe samenwerking ertoe noodzaakt;

c. als de opbouw van het functiebestand ertoe noodzaakt.

Volgens de tabel kan bij een somscore van 35 punten bij de Luchtmacht vaststelling in de rang van [naam functie B.] zonder meer plaatsvinden. Met toepassing van de beleidsfactoren is waardering in de (lagere) rang van [rang] mogelijk.

4.4.

Ter zitting is gebleken dat de praktijk was dat appellant functies met een somscore van

35

punten waardeerde op de rang van [naam functie B.]. Er werd geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid met toepassing van de beleidsfactoren een functie met een somscore van 35 punten te waarderen op de rang van [rang]. De beleidsbrief van appellant en de daaruit voortvloeiende maatregelenbrief van 18 mei 2011 hebben, vanwege de opgelegde bezuinigingen, tot een koerswijziging geleid. Bij een somscore van 35 punten vindt niet langer zonder meer indeling in de rang van [naam functie B.] plaats, maar wordt beoordeeld of met toepassing van de beleidsfactoren indeling in de rang van [rang] is aangewezen. Appellant kan het recht op deze koerswijziging niet worden ontzegd. Het enkele feit dat de functie van betrokkene de enige functie is met een somscore van 35 punten die is gewaardeerd op de rang van [rang], is daarom niet voldoende om te kunnen concluderen dat sprake is van strijd met het beginsel dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. De functie van betrokkene is immers in die zin ongelijk aan de andere functies met een somscore van 35 punten dat alleen de waardering van de functie van betrokkene na de koerswijziging heeft plaatsgevonden.

4.5.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of appellant met toepassing van de beleidsfactoren in redelijkheid de functie van Hoofd Schilderen heeft kunnen vaststellen op de rang van sergeant majoor. De mogelijke overtolligheid van betrokkene bij een waardering van de functie op de rang van [naam functie B.] en het teveel aan adjudanten bij de Luchtmacht zijn niet te brengen onder de onder 4.3 weergegeven beleidsfactoren. Daarin kan dus geen grond zijn gelegen de functie van Hoofd Schilderen niet te waarderen op de rang van [naam functie B.]. Een evenwichtige opbouw van het functiehuis Schilderen en het handhaven van doorstroommogelijkheden van in dat functiehuis werkzame sergeants zijn te begrijpen onder de onder c. genoemde beleidsfactor: als de opbouw van het functiehuis ertoe noodzaakt. Indien de functie van Hoofd Schilderen wordt gewaardeerd in de rang van [naam functie B.], vervalt binnen het functiehuis de rang van [rang] waardoor de in dit functiehuis werkzame sergeants niet kunnen doorgroeien naar deze functie. Appellant heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat daarin een organisatiebelang is gelegen om de functie van Hoofd Schilderen te waarderen op de rang van [rang]. Dat op de Werkplaats metaalbewerking van de vliegbasis ook geen doorgroeimogelijkheden zijn voor de daar werkzame sergeants, zoals betrokkene naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders. Het is niet onredelijk dat appellant deze door hem niet wenselijk geachte opbouw van de organisatie niet verder wil uitbreiden. Appellant heeft zich tevens in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het organisatiebelang zwaarder dient te wegen dan het belang van betrokkene bij een gelijke rang als zijn collega’s die een functie uitoefenen met een somscore van 35 punten.

4.5.

Het hoger beroep treft doel. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal doen hetgeen de rechtbank zou behoren te doen en het beroep van betrokkene alsnog ongegrond verklaren.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 maart 2012 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en

W.J.A.M. van Brussel als leden, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2014.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) B. Rikhof

HD