Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:2073

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-06-2014
Datum publicatie
19-06-2014
Zaaknummer
13-1886 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/1886 AWBZ

Datum uitspraak: 18 juni 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 26 februari 2013, 12/4555 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Stichting Zorgkantoor Menzis (Zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N.A. de Kock, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Appellant heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Kock en J.J.M. Haverkamp, ambulant ondersteuner bij Stichting Siza te Arnhem. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Boot, advocaat.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 7 december 2011 heeft het Zorgkantoor de eindafrekening van het persoonsgebonden budget van appellant over het jaar 2011 vastgesteld.

1.2. Appellant heeft bij brief van 11 mei 2012, door het Zorgkantoor ontvangen op 14 mei 2012, bezwaar gemaakt. Bij besluit van 31 juli 2012 (bestreden besluit) heeft het Zorgkantoor het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

2.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat was eerder bezwaar te (laten) maken.

3.

In het hoger beroepschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het niet eens is met het oordeel van de rechtbank en dat hij medische stukken zal aanleveren waaruit blijkt dat hij buiten zijn schuld niet in staat was om tijdig bezwaar te maken en dat daarom de termijnoverschrijding wel verschoonbaar is.

4.

De Raad overweegt het volgende.

4.1.

De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het Zorgkantoor het bezwaar van appellant op goede gronden

niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank over de beroepsgronden gegeven oordeel.

4.2.

Appellant heeft in hoger beroep - anders dan hij heeft aangekondigd - geen (medische) stukken ingebracht waarmee hij de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding onderbouwt.

4.3.

Het door appellant in hoger beroep in de nadere stukken en ter zitting ingenomen standpunt dat de door appellant ten tijde hier van belang ter behartiging van zijn belangen ingeschakelde thuiscoach heeft verzaakt, treft - daargelaten of dit standpunt juist is - geen doel. Het doen en nalaten van een vertegenwoordiger wordt toegerekend aan appellant.

4.4.

Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) G.J. van Gendt

NK