Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1875

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-06-2014
Datum publicatie
05-06-2014
Zaaknummer
12-1536 WAJONG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wajong-inkomensondersteuning naar het studerende-regime. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv terecht toepassing gegeven aan het regime voor schoolgaande en studerende jonggehandicapten. De rechtbank heeft opgemerkt dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor een van de zijde van appellante voorgestane individuele beoordeling van de vraag of er al dan niet sprake is van het volgen van scholing en/of studie. In hoger beroep herhaling van de gronden. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de aan dit oordeel ten grondslag gelegde overwegingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1536 WAJONG

Datum uitspraak: 4 juni 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van

16 februari 2012, 11/920 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft haar vader [vader appellante] hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2014. Voor appellante is

A.R.P. Rietveld verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.I. Damsma.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is geboren [in] 1993. Bij besluit van 21 februari 2011 heeft het Uwv aan appellante met ingang van 1 juli 2011 inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) toegekend.

1.2. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 februari 2011, omdat de inkomensondersteuning is toegekend naar het studerende-regime. Bij besluit van

19 juli 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft met het Uwv geconstateerd dat appellante in verband met de school die zij bezocht, ten tijde in geding aanspraak kon maken op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Als gevolg daarvan wordt de jonggehandicapte aangemerkt als studerende in de zin van artikel 1:4, eerste lid, aanhef en onder c en/of e, van de Wet Wajong. Daarmee valt appellante onder de situatie waarop in artikel 2:43, eerste lid aanhef en onder c, van de wet Wajong wordt gedoeld, zodat de inkomensondersteuning dient te worden vastgesteld op 25% van de voor appellante geldende grondslag, zoals artikel 2:44, aanhef en onder a, van de Wet Wajong aangeeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv terecht toepassing gegeven aan het regime voor schoolgaande en studerende jonggehandicapten. De rechtbank heeft opgemerkt dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor een van de zijde van appellante voorgestane individuele beoordeling van de vraag of er al dan niet sprake is van het volgen van scholing en/of studie.

3.

Appellante heeft in hoger beroep herhaald het niet eens te zijn met het uitkeringsregime en met de term “studerend” voor appellante. In feite is sprake van dagbesteding ook al bezoekt appellante een paar dagen per week een school voor speciaal onderwijs ter vergroting van haar zelfredzaamheid.

4.

De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

Voor het toepasselijke wettelijke kader wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.

4.2.

Dat wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van gronden die al in beroep zijn aangevoerd. De rechtbank heeft die gronden afdoende besproken en heeft genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. Met juistheid is door de rechtbank overwogen dat door het Uwv terecht toepassing is gegeven aan het uitkeringsregime voor schoolgaande en studerende jonggehandicapten. Ook de Raad ziet in de wettelijke bepalingen geen ruimte voor een namens appellante gevraagde individuele beoordeling of al dan niet sprake is van opleiding of scholing.

4.3.

Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2014.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) H.J. Dekker

JL