Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1865

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
03-06-2014
Zaaknummer
12-4688 VALYS
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen sprake van ergonomische en medische redenen die het reizen per trein voor appellante onmogelijk maken, zodat zij niet in aanmerking komt voor een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4688 VALYS

Datum uitspraak: 28 mei 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van

10 juli 2012, 12/100 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

Argonaut Advies B.V. (Argonaut)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.J. Manspeaker, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2014. Voor appellante zijn verschenen mr. Manspeaker en haar zoon, [naam zoon]. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Smit en S.J. Heemstra, arts bij Argonaut.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante heeft onder meer een depressieve stoornis NA, aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, gecombineerde type, angst- en persoonlijkheidsstoornis NOA, borderline persoonlijkheidsstoornis en andere psychosociale en omgevingsproblemen. Zij heeft op

31 oktober 2011 bij Argonaut een voorziening aangevraagd in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb). Daarbij heeft zij een medische verklaring van J.P. Maes, psychiater, en H. Klein Hesseling, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, overgelegd. In deze verklaring staat dat het reizen met het openbaar vervoer voor appellante gezien haar beperkingen niet mogelijk is.

1.2.

Naar aanleiding van de aanvraag van appellante heeft H. Prevoo, ergonomisch adviseur, onderzoek gedaan. De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport indicatiestelling hoog pkb van 16 november 2011. Zijn conclusie is dat er chronisch toetsbare persoonsgebonden beperkingen zijn, maar dat er geen ergonomische en medische redenen zijn die het reizen per trein voor appellante onmogelijk maken, zodat zij niet in aanmerking komt voor een hoog pkb. Bij besluit van 23 november 2011 heeft Argonaut de aanvraag van appellante afgewezen onder verwijzing naar de rapportage van 16 november 2011.

1.3.

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 november 2011. Daarbij heeft zij medische verklaringen van Maes en Klein Hesseling van 28 november 2011 en van

5 december 2011 overgelegd waarin een toelichting op de eerder afgegeven medische verklaring staat.

1.4.

Naar aanleiding van het gemaakte bezwaar heeft J. Verhoeven, bezwaararts, in een advies van 22 december 2011 geconcludeerd dat er geen medische en ergonomische redenen zijn om van het eerdere oordeel af te wijken. Voorts is geen sprake van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog pkb Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten van 1 oktober 2007 (protocol) rechtvaardigt.

1.5.

Bij besluit van 28 december 2011 (bestreden besluit) heeft Argonaut het bezwaar onder verwijzing naar het advies van Verhoeven ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij voldoet aan de voorwaarden, zoals vermeld in het protocol, omdat zij op grond van haar ergonomische beperkingen niet in staat is om met de trein te reizen. Voorts is het vertrouwensbeginsel geschonden, omdat op het aanvraagformulier stond vermeld dat het maximum gewicht voor het reizen met de trein van de belanghebbende en zijn scootmobiel samen 250 kilogram bedraagt, terwijl het gewicht van appellante samen met haar scootmobiel meer dan 250 kilogram bedraagt. Verder moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de assistentieverlening op de stations vaak te wensen over laat en met de kilometers die worden opgesoupeerd door het reizen naar het station waar wel een lift aanwezig is.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In het protocol is het volgende opgenomen:

“De aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb wanneer:

1.

De aanvrager beschikt over een Valys-pas, en

2.

niet in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, en

3.

gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde

“mens-machinecombinatie”) zodanig is dat reizen per trein onmogelijk is, en/of

4.

door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is, al dan niet met begeleiding, met de trein te reizen.”

4.2.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat Argonaut zich bij zijn besluitvorming heeft kunnen baseren op het rapport van Prevoo van 16 november 2011 en het advies van Verhoeven van 22 december 2011. Niet is gebleken dat het rapport en/of het advies op niet zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, niet concludent zijn of anderszins onjuist zijn. In zowel het rapport als het advies is informatie uit de door appellante overgelegde medische verklaringen betrokken. Met betrekking tot die medische verklaringen is in het advies van 22 december 2011 overwogen dat merkbaar is dat appellante een nieuwe en belangrijke zingeving heeft gevonden in het geloof, waarvoor zij dient te reizen en er ook daadwerkelijke interferentie lijkt vanuit haar psychiatrische problematiek. Merkbaar is ook dat dit een gunstige invloed heeft op het welbevinden van appellante en op de contacten met de behandelaars. Gezien de jarenlange impasse is dit voor alle partijen een welkome en niet voorziene verandering. De conclusie opgenomen in het advies van Verhoeven is dat er weliswaar chronische toetsbare persoonsgebonden medische beperkingen zijn, maar dat deze het reizen per trein (met begeleiding) niet onmogelijk maken. Medische gegevens die de onjuistheid van deze conclusie aannemelijk maken heeft appellante niet overgelegd. Aan de in het protocol bedoeld in 4.1 opgenomen vereisten is niet voldaan.

4.3.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Uit het aanvraagformulier voor een hoog pkb kan niet een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging worden afgeleid die bij appellante de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat haar aanvraag zou worden toegekend. Voorts heeft Argonaut aangetoond dat het maximale totale gewicht om met een scootmobiel met de trein te kunnen reizen 350 kilogram bedraagt.

4.4.

De beroepsgrond van appellante dat zij niet met de trein kan reizen, omdat de assistentieverlening op de stations vaak te wensen overlaat slaagt evenmin, reeds omdat zij dit niet met concrete en verifieerbare gegevens heeft onderbouwd. De grond dat teveel kilometers worden opgesoupeerd met het reizen naar een station waar een lift aanwezig is slaagt niet omdat appellante niet heeft onderbouwd dat het voor haar noodzakelijk is om juist deze synagoge te bezoeken. De nadelige gevolgen van deze keuze komen niet voor aanmerking van verweerder.

4.5.

Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en W.H. Bel en G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) E. Heemsbergen

ew