Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1796

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
27-05-2014
Zaaknummer
14-595 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk hoger beroep; ook na herinnering geen griffierecht betaald. Evenmin gebleken dat appellant redelijkerwijs niet in verzuim is geweest; geen nader onderzoek noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 mei 2014

14/595 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

30 december 2013, 13/4104 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te[woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij brief van 4 februari 2014 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 118,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 10 maart 2014 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van

T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2014.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

NW

BESCHEID

Der Centrale Raad van Beroep,

Entscheidet:

Verwirft die Berufung als unzulässig.

Dieses Urteil wurde gesprochen von T.L. de Vries, in Anwesenheit von

T. Hemelrijk-van den Oudenalder als Protokollführer. Die Entscheidung wurde in der Öffentlichtkeit am 23 Mai 2014 verkündet.

Gegen dieses Urteil kann der Interessente und das Verwaltungsorgan innerhalb von sechs Wochen nach dem Versand dieser Kopie schriftlich Einspruch erheben beim Centrale Raad van Beroep (Zentralen Berufungsrat), Postfach 16002, 3500 DA UTRECHT.

Der Einreicher der schriftlichen Einspruchserhebung kann dabei beantragen, daß man ihn über den Einspruch anhört.