Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1791

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
27-05-2014
Zaaknummer
12-2618 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Appellant is met onbekende bestemming naar het buitenland is vertrokken. Geen sprake van een niet-ontvankelijk hoger beroep. Het hoger beroepschrift bevat, hoe summier ook, wel gronden waarop het hoger beroep berust. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/2618 WIA

Datum uitspraak: 23 mei 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

4 april 2012, 10/8671 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Jongeneel, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2014, waar appellant niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J.C. van Beek.

OVERWEGINGEN

1.

Bij besluit van 28 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar tegen het besluit van 28 april 2010, waarbij werd vastgesteld dat voor appellant met ingang van 29 april 2010 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het medisch onderzoek zorgvuldig geacht en in de gedingstukken, noch in hetgeen namens appellant is aangevoerd, aanknopingspunten gevonden om de vastgestelde beperkingen onjuist te achten. Ook de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is onderschreven.

3.

In hoger beroep is namens appellant voor de gronden waarop het hoger beroep berust, verwezen naar de medische en arbeidskundige gronden als aangevoerd in bezwaar en beroep. Gesteld is dat appellant zich meer beperkt voelt dan door het Uwv is aangenomen.

4.

Bij brief van 13 september 2012 heeft de gemachtigde van appellant zich als gemachtigde teruggetrokken, omdat het hem - ondanks pogingen daartoe - niet gelukt is contact te leggen met appellant. Verzocht is alle verdere correspondentie rechtstreeks aan appellant te zenden.

5.

Uit een uitdraai van de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat appellant op 22 augustus 2012 met onbekende bestemming naar het buitenland is vertrokken.

6.

Blijkens het verhandelde ter zitting is het Uwv van mening dat het hoger beroep

niet-ontvankelijk is, vanwege het ontbreken van een grond waarop het hoger beroep berust.

7.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

7.2.

Anders dan het Uwv ter zitting heeft aangevoerd, is geen sprake van een niet-ontvankelijk hoger beroep. Het hoger beroepschrift bevat, hoe summier ook, wel gronden waarop het hoger beroep berust.

7.3.

In hetgeen namens appellant is aangevoerd, wordt geen aanleiding gezien de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden. De Raad verwijst in dit verband naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Appellant heeft zijn stelling dat hij meer beperkt is dan aangenomen niet met nadere gegevens onderbouwd, zodat appellant hierin niet wordt gevolgd. Het hoger beroep slaagt niet.

8.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker als voorzitter en E.W. Akkerman en

B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2014.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) I.J. Penning

JvC