Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1719

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
21-05-2014
Zaaknummer
13-1627 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante heeft de noodzaak van de verhuizing niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd of aannemelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/1627 WWB

Datum uitspraak: 20 mei 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 februari 2013, 12/907 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L. Crutzen, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 8 april 2014. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante heeft op 9 mei 2011 een aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van een verhuizing ingediend. Als reden voor de verhuizing heeft appellante opgegeven dat zij zich na publicatie van een foto van haar dochter in de stadsgids voor 2011 niet langer veilig voelde op haar oude adres. Zij heeft er daarbij op gewezen dat haar ex-echtgenoot heel wat mensen heeft opgelicht en dat zij als gevolg daarvan op haar oude adres al eens was geconfronteerd met mensen die haar ex-echtgenoot zochten.

1.2.

Bij besluit van 18 mei 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 31 oktober 2011 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag om bijzondere bijstand afgewezen op de grond dat de noodzaak van de kosten niet kan worden vastgesteld. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij genoodzaakt was te verhuizen.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat, het volgende aangevoerd. Appellante was hevig geschrokken toen zij haar dochter duidelijk herkenbaar aantrof op een foto in de stadsgids voor 2011. Door alle aandacht in de media voor het zogenoemde zonnebloemproject, in combinatie met de publicatie van een foto met haar dochter tussen de zonnebloemen, is het veiligheidsgevoel van appellante ernstig aangetast. Dat appellante na de publicatie van de bewuste foto angstiger en onrustiger was, blijkt uit de bij het hoger beroepschrift gevoegde schriftelijke verklaringen van [V.] (V) en [A.] (A). Daarnaast wordt haar aangetast veiligheidsgevoel geobjectiveerd door de omstandigheid dat in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) is geregistreerd dat haar adres geheim dient te blijven en door de omstandigheid dat destijds in de media veel aandacht is besteed aan het planten van zonnebloemen in de wijk waar appellante woonde.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten zich voordoen. Uitsluitend in geschil is of de kosten van de verhuizing waarvoor appellante bijzondere bijstand heeft aangevraagd noodzakelijk zijn en, hiermee samenhangend, of de verhuizing noodzakelijk was.

4.3.

Appellante heeft de noodzaak van de verhuizing niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd of aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat appellante zich na de publicatie van een foto van haar dochter in de stadsgids voor 2011 onveilig voelde op haar oude adres en dat uit de verklaringen van V en A naar voren komt dat appellante na die publicatie banger en onrustiger was, is daartoe ontoereikend. Appellante heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de veiligheid van haar en haar dochter daadwerkelijk in het geding was. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat de bewuste foto - van een groep kinderen, waaronder de dochter van appellante, tussen zonnebloemen - niet te relateren is aan het woonadres van appellante. Dat in de GBA is geregistreerd dat het adres van appellante geheim moet blijven en dat er veel media-aandacht is geweest voor het zonnebloemproject in de wijk van appellante, maakt evenmin aannemelijk dat appellante na publicatie van de hiervoor bedoelde foto om veiligheidsredenen genoodzaakt was te verhuizen.

4.4.

Gelet op 4.3 heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de kosten waarvoor appellante bijzondere bijstand heeft gevraagd niet noodzakelijk zijn. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand daarom terecht afgewezen.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2014.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) P. Uijtdewillegen

HD