Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1712

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
21-05-2014
Zaaknummer
13-907 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzen aanvraag om bijzondere bijstand ten behoeve van de notariële kosten voor het opstellen van een samenlevingscontract en het opstellen alsmede passeren van testamenten. Notariskosten vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat het een keuze is geweest van appellanten om de testamenten te laten opmaken en passeren. Er is geen reden om aan te nemen dat appellant niet hebben kunnen reserveren voor de gemaakte notariskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2014/163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/907 WWB, 13/908 WWB

Datum uitspraak: 20 mei 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

8 januari 2013, 12/209 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante) te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van de Friese Meren (college)

PROCESVERLOOP

Als gevolg van een gemeentelijke herindeling oefent het college van burgemeester en wethouders van De Friese Meren met ingang van 1 januari 2014 de bevoegdheden in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB) uit die voorheen werden uitgeoefend door het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân. In deze uitspraak wordt onder het college tevens verstaan het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân.

Namens appellanten heeft mr. dr. K.A. Faber, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2014. Appellanten zijn niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door F. Hulzinga.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellanten hebben een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend op grond van de WWB ten behoeve van de notariële kosten voor het opstellen van een samenlevingscontract en het opstellen alsmede passeren van testamenten. Bij besluit van 4 mei 2011 heeft het college die aanvraag afgewezen.

1.2.

Bij besluit van 12 december 2011 (bestreden besluit) heeft het college, voor zover van belang, het bezwaar tegen de afwijzing van de vergoeding van de gemaakte kosten voor het opmaken en passeren van de testamenten ten bedrage van € 406,19 ongegrond verklaard.

2.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank geoordeeld dat van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB geen sprake is.

3.

In hoger beroep hebben appellanten zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellanten betogen dat het (laten) opmaken en passeren van een testament in combinatie met het (laten) opstellen van een samenlevingscontract wenselijk en goedkoper was. Bovendien was het in het licht van de (slechte) relatie met de familie alsmede de confrontatie met een terugvordering in het kader van de bijstand noodzakelijk om de wederzijdse rechten en plichten goed te regelen. Het college heeft deze kosten dan ook ten onrechte niet vergoed, aldus appellanten.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald - voor zover hier van belang - dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, van de WWB niet van toepassing zijn.

4.2.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.3.

Zoals de Raad eerder heeft overwogen zijn notariskosten kosten die gerekend worden tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (bijvoorbeeld de uitspraak van 29 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW6835). Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Daarvoor wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

4.4.

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de notariskosten in het onderhavige geval niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat het een keuze is geweest van appellanten om de testamenten te laten opmaken en passeren. Appellanten hebben immers te kennen gegeven dat dit in combinatie met het opstellen van een samenlevingscontract wenselijk en goedkoper was. Voor zover appellanten een noodzaak hebben ervaren vanwege hun relatie met de familie heeft de rechtbank terecht overwogen dat die relatie al langere tijd ongewijzigd is en dat er geen reden is om aan te nemen dat appellant niet hebben kunnen reserveren voor de gemaakte notariskosten. Dat de noodzaak zou voortvloeien uit de tergvordering van bijstand uit een periode in het verleden valt niet in te zien.

4.5.

Uit de overwegingen 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2014.

(getekend) A.B.J. van der Ham

(getekend) A.C. Oomkens

NK