Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1604

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
12-05-2014
Zaaknummer
12-4418 WMO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling van de eigen bijdrage. Bruikleen scootmobiel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4418 WMO

Datum uitspraak: 7 mei 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 28 juni 2012, 11/4264 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.E. de Hoop hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaak 12/4419 WMO, plaatsgevonden op

19 maart 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Hoop. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door N. Benjida. In de zaak 12/4419 WMO wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 11 mei 2006 is aan appellant op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten een vervoersvoorziening toegekend in de vorm van een scootmobiel. In het besluit is vermeld dat de scootmobiel in bruikleen wordt verstrekt en dat de gemeente maandelijks huur betaalt aan de leverancier van de scootmobiel. Appellant heeft een bruikleenovereenkomst gesloten met de leverancier van de scootmobiel.

1.2.

Bij besluit van 18 juli 2011 heeft CAK de maximaal te betalen eigen bijdrage voor zorg, hulpmiddelen of voorzieningen die appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning ontvangt, voor het zorgjaar 2011 vastgesteld op € 187,34 per periode van vier weken. Bij afzonderlijk besluit van 18 juli 2011 heeft CAK op basis van door het college verstrekte gegevens aan appellant een bedrag van € 502,08 gefactureerd over periode 2 tot en met periode 5 van 2011.

1.3.

Bij besluit van 5 december 2011 (bestreden besluit) heeft CAK het tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, samengevat, overwogen dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maarssen, thans Stichtse Vecht (college), bevoegd was een eigen bijdrage aan appellant op te leggen en dat CAK daarom bevoegd was om de eigen bijdrage vast te stellen en te innen.

3.

Appellant heeft in hoger beroep, samengevat, aangevoerd dat het college bij de verstrekking van een voorziening in bruikleen geen eigen bijdrage kan opleggen omdat dit in strijd is met artikel 7A:1777 van het Burgerlijk Wetboek. Ter zitting van de Raad heeft appellant zijn beroep als volgt aangevuld. Omdat het college de scootmobiel op grond van een huurovereenkomst huurt van een derde, geeft het college de scootmobiel in bruikleen en kan het college niet tevens een eigen bijdrage opleggen. Het vaststellen van een eigen bijdrage door CAK is hierdoor onrechtmatig.

4.

De Raad overweegt het volgende.

4.1.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen (zie zijn uitspraak van 17 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6880) volgt uit het wettelijke systeem dat CAK in het kader van de primaire besluitvorming in beginsel mag uitgaan van de door de gemeente verstrekte gegevens over de verleende zorg. De verantwoordelijkheid van CAK is in dat stadium in zoverre beperkt tot het juist overnemen en verwerken van de verstrekte gegevens.

4.2.

Appellant heeft in de zaak 12/4419 WMO de bevoegdheid van het college tot het opleggen van een eigen bijdrage betwist. De Raad heeft in dat geding heden uitgesproken dat het hoger beroep geen doel treft. Dit betekent dat de beroepsgrond dat de vaststelling van de eigen bijdrage door CAK onrechtmatig is, eveneens faalt. Nu appellant geen andere beroepsgronden tegen de vaststelling en berekening van de eigen bijdrage heeft aangevoerd, slaagt ook dit hoger beroep niet. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel als voorzitter en G. van Zeben-de Vries en

D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2014.

(getekend) W.H. Bel

(getekend) M.P. Ketting

RH