Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1456

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-04-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
13-5887 ZW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:6928, Overig
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Het Uwv is met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren tegemoetgekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 april 2014

13/5887 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

12 september 2013, 13/321

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.M.G. de Wit hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 29 januari 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 4 maart 2014 heeft mr. De Wit namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 29 januari 2014 volledig aan de bezwaren is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op

€ 974,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 487,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De reiskosten die appellant heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank komen voor vergoeding in aanmerking, tot een bedrag van € 25,80.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.486,80.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

30 april 2014.

(getekend) D.J. van der Vos

(getekend) K.R. van Renswoude

QH