Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1445

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-04-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
12-3779 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Beperkingen juist weergegeven in de FML. Geschiktheid voor de geduide functies. Appellant voldoet zowel aan de gestelde diploma-eisen als aan het gevraagde niveau.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/3779 WIA

Datum uitspraak: 30 april 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van

31 mei 2012, 12/430 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 19 maart 2014, waar partijen - met bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 30 mei 2011 heeft het Uwv geweigerd appellant per 3 mei 2011 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht.

1.2. Bij besluit van 10 januari 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar gericht tegen het besluit van 30 mei 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe is - samengevat - overwogen dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de belastbaarheid van appellant per 3 mei 2011 is vastgelegd. De rechtbank ziet in de beschikbare medische gegevens geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid daarvan. Het is de rechtbank niet gebleken dat het verzekeringsgeneeskundigonderzoek onzorgvuldig zou zijn geweest. Er heeft (dossier)onderzoek plaatsgevonden, appellant is op het spreekuur gezien en er is informatie van derden bij het onderzoek betrokken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen kunnen vinden om aan te nemen dat de belastbaarheid van appellant per 3 mei 2011 is overschat. Met betrekking tot de vraag of de geduide functies passend zijn, heeft de rechtbank overwogen dat uit de gedetailleerde beschrijvingen van de in deze functies optredende belastingen blijkt dat deze de in de FML vastgestelde belastbaarheid niet te boven gaan. Dat leidt volgens de rechtbank tot de slotsom dat sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 35%.

3.

Appellant heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar hetgeen hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht, - zakelijk weergegeven - herhaald dat hij het niet eens is met de medische en arbeidskundige beoordeling. Hij is meer beperkt dan in de FML is weergegeven. Appellant betwijfelt of de (bezwaar)verzekeringsartsen wel echte artsen zijn. Daarnaast geeft hij te kennen dat hij met zijn klachten de geduide functies niet kan verrichten. Ook voldoet hij niet aan de diploma-eisen van de functies. Appellant heeft een groot aantal (medische en overige) stukken ingediend om zijn stellingen te onderbouwen.

4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2.

Er is geen reden voor het oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant onzorgvuldig of onjuist is verricht of dat de beperkingen niet goed zijn weergegeven in de FML. Appellant is op het spreekuur van de verzekeringsarts gezien. De bezwaarverzekeringsarts heeft de hoorzitting bijgewoond. Daarnaast heeft hij informatie van de behandelend sector bij de beoordeling betrokken. Appellant heeft in hoger beroep een groot aantal stukken in geding gebracht. Uit die stukken valt echter niet af te leiden dat de beperkingen voor het verrichten van arbeid niet juist zijn ingeschat. De stukken hebben ofwel geen betrekking op de in geding zijnde datum, of zijn te algemeen van aard of bevatten gegevens die al bij het Uwv bekend waren en zijn meegewogen bij de beoordeling. Voor zover de klachten van appellant medisch objectiveerbaar zijn, zijn deze reeds opgenomen in de FML.

4.3.

De Raad oordeelt voorts dat, uitgaande van de juistheid van de FML, appellant in staat moet worden geacht de werkzaamheden die zijn verbonden aan de geduide functies te verrichten. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de signaleringen die aangeven dat er mogelijk een overschrijding van de belastbaarheid op een onderdeel is, besproken. De Raad acht deze motiveringen toereikend. Ook overigens moet appellant in staat worden geacht de functies te verrichten. Immers, appellant voldoet, met zijn MTS-opleiding, aan de gestelde opleidingseisen en niet is gebleken dat hij vanwege zijn beperkingen niet in staat is bij de functies behorende interne opleidingen te volgen. Appellant voldoet zowel aan de gestelde diploma-eisen als aan het gevraagde niveau.

4.4.

Tot slot overweegt de Raad dat, hoewel appellant duidelijk een andere mening heeft, de gedingstukken geen aanleiding geven om te twijfelen aan de professionele en integere beoordeling door de verzekeringsartsen en andere medewerkers van het Uwv. Voor zover appellant wenst te controleren of de (bezwaar)verzekeringsartsen BIG-geregistreerd zijn, wijst de Raad erop dat dit register openbaar toegankelijk is.

5.

Uit hetgeen is overwogen in 4.2 tot en met 4.4 dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2014.

(getekend) J.S. van der Kolk

(getekend) D. Heeremans

sg