Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1397

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
29-04-2014
Zaaknummer
12-1065 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om het Uwv te veroordelen in de proceskosten omdat de ingangsdatum van de verhoging is gelegen na de data in geding, en de beslissingen op bezwaar die ter toetsing stonden in de aangevallen uitspraak niet zijn gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/1065 WAO, 12/1066 WAO

Datum uitspraak: 25 april 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 13 januari 2012, 11/1242 en 11/1244 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de erven van [Betrokkene] te [woonplaats] (appellanten)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Mr. C.H.J. Voncken-Crijns heeft namens [Betrokkene] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 10 maart 2014 heeft mr. M.J. van Weersch namens appellanten het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bij brief van 26 maart 2014 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat mr. Van Weersch het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van een besluit van het Uwv van 25 februari 2013. Bij dit besluit is het verhoudingscijfer waarnaar de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt berekend ingaande 1 juli 2011 verhoogd van 0,1749 naar 0,1865.

Nu de ingangsdatum van de verhoging van het verhoudingscijfer is gelegen na

1 februari 2011 en 31 maart 2011, de data in geding, en de beslissingen op bezwaar die ter toetsing stonden in de aangevallen uitspraak niet zijn gewijzigd zal de Raad het verzoek om het Uwv te veroordelen in de proceskosten afwijzen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

25 april 2014.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) K.R. van Renswoude

IJ