Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1328

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
24-04-2014
Zaaknummer
12-2416 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/2416 WIA

Datum uitspraak: 18 april 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 maart 2012, 11/4421 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H.A.T Vijftigschild, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2014. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Vijftigschild. Voor het Uwv is verschenen mr. M.K. Dekker.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als medewerkster algemeen schoonmaakonderhoud, is op 4 mei 2009 voor haar werk uitgevallen met lichamelijke en psychische klachten.

1.2. Op basis van de uitkomsten van het medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 23 mei 2011 geweigerd aan appellante per 2 mei 2011 een uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

1.3. Bij besluit van 6 september 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 mei 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat het geneeskundig onderzoek is gebaseerd op dossieronderzoek, anamnese, eigen onderzoek, het verhandelde tijdens de hoorzitting waarbij de bezwaarverkeringsarts aanwezig was en informatie uit de behandelend sector, zowel overgelegd door appellante als opgevraagd door de (bezwaar)verzekeringsarts. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het aan bestreden besluit ten grondslag liggende medisch onderzoek op voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd geeft de rechtbank geen reden het medische oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat door appellante geen medische stukken zijn overgelegd die een ander licht werpen op haar gezondheidstoestand per 2 mei 2011 en op de beperkingen die hieruit voor het verrichten van arbeid voortvloeien. De rechtbank is er verder voldoende van overtuigd dat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden door de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.

3.

In hoger beroep heeft appellante zich wederom op het standpunt gesteld dat zij vanaf einde wachttijd vanwege haar lichamelijke en psychische klachten in het geheel niet in staat is geweest om te werken. Zij is onder behandeling van huisarts, psychiater en fysiotherapeut, maar er is geen sprake van verbetering.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Raad ziet, evenals de rechtbank, geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit en verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank hierover. Appellante heeft melding gemaakt van haar klachten en deze zijn door de (bezwaar)verzekeringsartsen van het Uwv bij hun beoordeling meegewogen. Dit heeft geresulteerd in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 5 mei 2011 (FML) waarin met name beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van mentale belasting en enigermate ten aanzien van fysieke belasting en de fysieke werkomgeving. Appellante heeft haar standpunt, dat zij op 2 mei 2011 in lichamelijk en psychisch opzicht meer is beperkt en daardoor volledig arbeidsongeschikt is, in hoger beroep niet met (nieuwe) medische gegevens onderbouwd. Aan de eigen, niet met medische gegevens onderbouwde, mening van appellante met betrekking tot haar gezondheidstoestand kan de Raad niet dat gewicht toekennen dat appellante daaraan gehecht wil zien.

4.2.

Uitgaande van de juistheid van de FML zijn de aan de schatting ten grondslag liggende functies in verzekeringsgeneeskundig opzicht passend.

5.

Uit hetgeen overwogen is in 4.1 en 4.2 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.C.W. Lange, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2014.

(getekend) C.C.W. Lange

(getekend) S. Aaliouli

IJ