Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1307

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
12-6398 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mate van arbeidsongeschiktheid op de datum in geding terecht vastgesteld op 37,14%. Medische beperkingen door bezwaar- enverzekeringsgeneeskundige juist vastgesteld. Belasting in de voorgehouden functies overschrijdt de belastbaarheid van appellante niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/6398 WIA

Datum uitspraak: 18 april 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 19 oktober 2012, 12/559 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2014. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als interieurverzorgster, heeft in het verleden diverse keren een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd, waarop door het Uwv steeds afwijzend is beslist. Per 13 augustus 2009 heeft zij zich - wederom - ziek gemeld met diverse lichamelijke klachten. Op 11 april 2011 heeft appellante een WIA-uitkering aangevraagd.

1.2. Op basis van de uitkomsten van het medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 20 juni 2011 aan appellante per 11 augustus 2011 een loongerelateerde

WGA-uitkering toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 37,14%.

1.3. Bij besluit van 13 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 20 juni 2011 ongegrond verklaard.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3.

In hoger beroep heeft appellante haar in eerste aanleg aangevoerde gronden in essentie herhaald. Zij heeft aangevoerd dat zij gezien haar beperkingen volledig arbeidsongeschiktheid moet worden geacht.

4.1.

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellante op zorgvuldige en juiste wijze is verricht. De verzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd, een anamnese afgenomen, lichamelijk onderzoek verricht en het medicatiegebruik vastgesteld. Ook heeft hij de in het dossier aanwezige informatie van orthopedisch chirurg [OC] en de huisarts bij zijn beoordeling betrokken. Op basis van deze gegevens heeft hij vastgesteld dat de medische problematiek, bestaand uit locomotore pijnklachten, somatoforme pijnstoornis, verhoogde bloeddruk en jicht, al jaren bekend is. Omdat appellante al geruime tijd niet meer onder behandeling is, heeft de verzekeringsarts geen aanvullende informatie opgevraagd bij de behandelend sector. Mede wegens het ontbreken van nadere aanvullende en adequaat gemotiveerde medische informatie die zou kunnen leiden tot een andere inschatting van de gezondheidstoestand van appellante op de datum in geding, heeft de bezwaarverzekeringsarts de visie van de verzekeringsarts en de door hem vastgestelde beperkingen onderschreven. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet is gebleken dat bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling de klachten van appellante zijn onderschat of onjuist zijn geïnterpreteerd en evenmin dat de informatie uit de behandelend sector bij het vastleggen van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist zou zijn uitgelegd. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten voor twijfel aan de in de FML vastgelegde beperkingen. Ook in hoger beroep heeft appellante geen medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

4.2.

Uitgaande van de juistheid van de beperkingen zoals neergelegd in de FML en gezien de toelichting op de signaleringen zoals vermeld in het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat de in de geduide functies voorkomende belasting de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt en appellante in staat moet worden geacht deze functies te vervullen.

4.3.

Hetgeen in 4.1 en 4.2 is overwogen leidt de Raad tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.C.W. Lange, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2014.

(getekend) C.C.W. Lange

(getekend) S. Aaliouli

HD