Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2014:1241

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
16-04-2014
Zaaknummer
13-2841 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering pgb. Het door appellant (...) betaalde bedrag van € 4.500,- heeft betrekking op de vaststelling van het pgb voor het jaar 2008 en niet op de door appellant in 2009 gemaakte verhuiskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13/2841 AWBZ

Datum uitspraak: 9 april 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
15 april 2013, 11/2883 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Zorgkantoor Noord-Oost Brabant (Zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F.J. Witlox, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn moeder, [moeder appellant], en mr. Witlox. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H.M. van Rijn.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 4 oktober 2010 heeft het Zorgkantoor het persoonsgebonden budget (pgb) van appellant voor het jaar 2009 vastgesteld. Het resultaat daarvan is dat van appellant
€ 7.555,67 aan voorschotten wordt teruggevorderd.

1.2. Na bezwaar heeft het Zorgkantoor bij besluit van 11 juli 2011 (bestreden besluit) bepaald dat onverplicht en uit coulance het bedrag van € 630,-, dat appellant aan Flexzorg heeft betaald, wordt geaccepteerd als verantwoorde besteding. De terugvordering wordt daardoor beperkt tot € 6.925,67. In dit besluit is tevens overwogen dat door appellant geen betalingen zijn gedaan die leiden tot een lager in te vorderen bedrag dan € 6.925,67.

2.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard op de grond dat - ook naar het oordeel van de rechtbank - het bedrag van € 6.925,67 door appellant nog niet is terugbetaald. Uit de door appellant overgelegde bankafschriften blijkt niet meer dan dat de door appellant aan het Zorgkantoor terug te betalen bedragen op een andere hem toebehorende bankrekening zijn gestort.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij het niet eens is met dit oordeel van de rechtbank. De verhuiskosten zijn al terugbetaald. Dit is gebeurd op de rekening waarop appellant de betalingen van het Zorgkantoor heeft ontvangen.

3.2.

Het Zorgkantoor heeft gesteld geen betalingen ter zake van de vordering over 2009 te hebben ontvangen.

4.

De Raad - zich beperkende tot dit geschilpunt - overweegt het volgende.

4.1.

De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het Zorgkantoor over 2009 geen betalingen ter zake van de vordering over 2009 van appellant heeft ontvangen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel.

4.2.

Appellant heeft in hoger beroep geen andere gronden naar voren gebracht en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Hij heeft geen bankafschriften overgelegd, waaruit blijkt dat hij bedragen op een rekening van het Zorgkantoor heeft gestort. Op de door het Zorgkantoor aan appellant gezonden acceptgiro is het rekeningnummer van het Zorgkantoor vermeld.

4.3.

Het door appellant op 7 mei 2009 betaalde bedrag van € 4.500,- heeft betrekking op de vaststelling van het pgb voor het jaar 2008 en niet op de door appellant in 2009 gemaakte verhuiskosten. Appellant is immers in november 2009 verhuisd en heeft pas rond die tijd
€ 4.500,- van het pgb aangesproken, zoals blijkt uit de brief van de moeder van appellant van 7 januari 2010.

4.4.

Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en
G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2014.

(getekend) R.M. van Male

(getekend) O.P.L. Hovens

NW