Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA3561

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
20-06-2013
Zaaknummer
12-5173 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van de opslag van huisraad, op de grond dat onzeker is of en in welke omvang de kosten zich zullen voordoen en dat overigens de kosten van opslag niet opwegen tegen de waarde van de huisraad. Door appellant zijn geen objectieve, controleerbare bescheiden overgelegd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/5173 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

8 augustus 2012, 12/1835 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)

Datum uitspraak 18 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H. Seddigh Afshar, gemachtigde, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2013. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 11/6938 WWB en 12/5171 WWB. Namens appellant is mr. Seddigh Afshar verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F. Darwish-Willeboordse. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In deze zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 9 september 2011 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de Wet Werk en bijstand (WWB) voor de kosten van de opslag van zijn huisraad.

1.2. Bij besluit van 22 september 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 januari 2012 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen op de grond dat onzeker is of en in welke omvang de kosten zich zullen voordoen en dat overigens de kosten van opslag niet opwegen tegen de waarde van de huisraad.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB eerst beoordeeld dient te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of deze kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Uit de stukken noch uit het verhandelde ter zitting is de rechtbank duidelijk geworden dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft gevraagd, zich ook daadwerkelijk voordoen. Door appellant zijn geen objectieve, controleerbare bescheiden overgelegd.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat uit de stukken voldoende duidelijk is dat de kosten voor opslag zijn gemaakt. De woning van appellant is ontruimd en zijn spullen zijn opgeslagen bij een bekend bedrijf, UTS Abbink. Mede gelet op de psychische problematiek van appellant kan van hem niet worden verlangd dat hij, al dan niet met behulp van zijn begeleider(s), de opslag op een andere (gratis) wijze had kunnen regelen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd. Uit het dossier is niet duidelijk geworden dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd, zich ook daadwerkelijk voordoen. Door appellant zijn, ook in hoger beroep, geen objectieve, controleerbare bescheiden overgelegd die zijn standpunt onderbouwen. Anders dan de gemachtigde ter zitting in hoger beroep kennelijk heeft willen betogen, kan niet worden volstaan met een door de gemachtigde ontvangen telefonische mededeling van het opslagbedrijf over de hoogte van het te betalen bedrag. Dat de opslag is verzorgd door een, naar zeggen van de gemachtigde, bekend bedrijf maakt dit niet anders.

4.2. De beroepsgrond dat van appellant niet verlangd kan worden dat hij de opslag op een andere (gratis) wijze had kunnen verzorgen, behoeft in het licht van vorenstaande geen bespreking.

4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en Y.J. Klik en F. Hoogendijk als leden, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2013.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) M. Sahin

HD