Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA3223

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-06-2013
Datum publicatie
17-06-2013
Zaaknummer
12-4863 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering wegens meerinkomen. De OV-studentenkaart is geen reguliere rentedragende lening die moet worden terugbetaald. Een OV-studentenkaart wordt verstrekt als prestatiebeurs, zijnde een rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift. Van een dubbele (terug)betaling is dan ook geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4863 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 17 juli 2012, 11/454 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)

Datum uitspraak: 14 juni 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 3 mei 2013. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Aan appellant is, voor zover hier van belang, over het jaar 2008 studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) toegekend in de vorm van een lening en een collegegeldkrediet. Van deze studiefinanciering maakte daarnaast een reisvoorziening deel uit.

1.2. Bij besluit van 16 april 2011 heeft de Minister appellant meegedeeld dat ten laste van appellant een vordering wegens meerinkomen is vastgesteld omdat appellant in 2008 de bijverdiengrens heeft overschreden.

2. De Minister heeft het tegen het besluit van 16 april 2011 ingediende bezwaarschrift bij besluit van 20 juni 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering terecht en op juiste gronden vastgesteld. Daartoe is overwogen dat de stelling dat de bijverdiengrens niet geldt voor de OV-studentenkaart gelet op artikel 3.17 van de Wsf 2000 geen doel treft.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat er in de procedure bij de rechtbank naar voren is gebracht. De Raad ziet geen aanleiding over de beroepsgronden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Hij maakt dat oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen tot de zijne.

4.2. Anders dan appellant meent is de OV-studentenkaart geen reguliere rentedragende lening die moet worden terugbetaald. Ingevolge artikel 5.3 en artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf 2000 wordt een OV-studentenkaart verstrekt als prestatiebeurs, zijnde een rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift. Van een dubbele (terug)betaling is dan ook geen sprake. De Raad wijst in dit verband ook op het bepaalde in artikel 3.17, tiende lid, van de Wsf 2000.

4.3. Hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2013.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) K.E. Haan

QH