Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA3015

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
12-2453 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Buiten behandeling laten aanvraag bijstandsuitkering. Gevraagde gegevens niet verstrekt. De opgevraagde stukken, te weten de arbeidsovereenkomsten van appellant met twee werkgevers en de ontslagbrief/ het ontslagbewijs van zijn laatste werkgever waren van belang voor de beoordeling van de aanvraag van appellant. Appellant moet daarover redelijkerwijs de beschikking hebben gehad of hebben kunnen krijgen. De stukken en het antwoord op de gestelde vragen zijn door het Uwv niet ontvangen. Het Uwv heeft dan ook kunnen beslissen om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Appellant heeft zijn stelling dat hij de gevraagde informatie heeft aangeleverd aan het inmiddels opgeheven UWV Werkplein Hoogezand en dat die informatie daar kennelijk is zoekgeraakt, niet aannemelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/2453 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van

15 maart 2012, 11/1119 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 12 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2013. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.

OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft op 15 april 2011 een aanvraag bij het Uwv ingediend om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Deze aanvraag heeft geleid tot het besluit van 16 juni 2011 om de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in behandeling te nemen, omdat appellant de bij brief van 6 mei 2011 door het Uwv gevraagde gegevens niet heeft verstrekt. Ook hierna heeft appellant de gevraagde gegevens niet verstrekt, zodat het Uwv bij besluit van 7 november 2011 (bestreden besluit) het besluit van 16 juni 2011 heeft gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is door appellant herhaald dat de gevraagde informatie is ingediend bij het UWV Werkplein te Hoogezand en daar kennelijk verloren is gegaan. Volgens hem is de informatie ook op te vragen bij de Gemeente Hoogezand-Sappemeer.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan te stellen termijn de aanvraag aan te vullen. Zoals blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling is er onder meer sprake van een onvolledige en ongenoegzame aanvraag indien onvoldoende gegevens of bescheiden zijn verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb om de gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

4.2. Het Uwv heeft bij brief van 6 mei 2011 aan appellant verzocht om zijn aanvraag om WW-uitkering aan te vullen met de in de brief vermelde stukken en antwoord te geven op een aantal vragen. De opgevraagde stukken, te weten de arbeidsovereenkomsten van appellant met twee werkgevers en de ontslagbrief/ het ontslagbewijs van zijn laatste werkgever waren van belang voor de beoordeling van de aanvraag van appellant. Appellant moet daarover redelijkerwijs de beschikking hebben gehad of hebben kunnen krijgen. De stukken en het antwoord op de gestelde vragen zijn door het Uwv niet ontvangen. Het Uwv heeft dan ook kunnen beslissen om de aanvraag niet in behandeling te nemen. De gevraagde informatie is door het Uwv ook niet ontvangen nadat appellant in de gelegenheid was gesteld om deze binnen zes weken na het besluit van 16 juni 2011 alsnog in te dienen. Appellant heeft zijn stelling dat hij de gevraagde informatie heeft aangeleverd aan het inmiddels opgeheven UWV Werkplein Hoogezand en dat die informatie daar kennelijk is zoekgeraakt, niet aannemelijk gemaakt. Gelet hierop kan het bestreden besluit standhouden. Het alsnog toesturen van (een deel van) de gevraagde gegevens op 24 april 2013 aan de Raad geeft geen aanleiding anders te oordelen.

4.3. Uit 4.1 en 4.2 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2013.

(getekend) B.M. van Dun

(getekend) D.E.P.M. Bary

QH