Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA2822

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
11/2311 WWB + 11/2312 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met het college is de Raad van oordeel dat er geen aanleiding bestaat tot vergoeding van de (proceskosten). Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het college aan appellanten is tegemoetgekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2311 WWB, 11/2312 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 9 maart 2011, 10/426 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant 1] en [Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (college)

Datum uitspraak 11 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. L. Bovenkamp, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het college heeft op 21 november 2012 een nieuw besluit genomen.

Bij brief van 21 december 2012 heeft mr. Bovenkamp namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het college heeft bij brief van 18 januari 2013 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het college stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten, omdat op basis van nieuwe feiten en omstandigheden is besloten appellante bij een nieuw besluit in primo te ontheffen van de arbeidsverplichtingen. Tijdens de behandeling van het bezwaarschrift en het beroepschrift deden deze nieuwe feiten en omstandigheden zich nog niet voor.

De Raad stelt vast dat mr. Bovenkamp namens appellanten het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens appellanten een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.

Met het college is de Raad van oordeel dat er geen aanleiding bestaat tot vergoeding van de (proceskosten). Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het college aan appellanten is tegemoetgekomen.

Het college had bij het besluit van 22 september 2009 eiseres op basis van advies van de GGD

de volledige arbeidsverplichting opgelegd. Het nieuwe besluit van 21 november 2012 behelst een ontheffing van de arbeidsverplichtingen op basis van een nieuw onderzoek, vanaf 21 november 2012 tot 1 maart 2013. Het verzoek moet worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2013.

(getekend) J.J.A. Kooijman

(getekend) E. Blijleven-de Vries

RB