Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA0190

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
16-05-2013
Zaaknummer
11-2818 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anticumulatie. Inkomsten uit arbeid. Terugvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2818 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van

7 april 2011, 10/1512 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 15 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman.

OVERWEGINGEN

1.1. Met ingang van 22 oktober 1999 is door de rechtsvoorganger van het Uwv aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Op 22 januari 2010 heeft appellant bij het Uwv gemeld dat hij met ingang van 3 januari 2010 als visfileerder is gaan werken voor een onregelmatig aantal uren. Op 17 februari 2010 heeft het Uwv de salarisspecificatie van appellant over de maand januari 2010 ontvangen.

1.2. Bij besluit van 6 april 2010 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn WAO-uitkering over de maand januari 2010 ten gevolge van inkomsten uit arbeid wordt uitbetaald naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%. Bij besluit van eveneens 6 april 2010 heeft het Uwv de onverschuldigd aan appellant betaalde uitkering over de periode van 4 januari 2010 tot en met 31 januari 2010 tot een brutobedrag van € 259,70 teruggevorderd.

1.3. Bij besluit van 22 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen de besluiten van 6 april 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant niet heeft bestreden en ter zitting heeft bevestigd dat de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarnaar zijn WAO-uitkering over de periode in geding in verband met zijn inkomsten in de maand januari 2010 met toepassing van artikel 44 van de WAO tot uitbetaling komt, door het Uwv terecht is vastgesteld op 55 tot 65%. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat niet is gebleken van aanwijzingen dat de berekening van het terugvorderingsbedrag onjuist is geweest en dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan het Uwv in verband met dringende redenen geheel of gedeeltelijk van terugvordering had dienen af te zien.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn uitkering onjuist is berekend en dat hij geen inzicht heeft in de hoogte van de terugvordering.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank. Nu vaststaat dat appellant over de maand januari 2010 inkomsten uit arbeid heeft genoten en de hoogte van die inkomsten eveneens vaststaat, heeft het Uwv terecht met toepassing van artikel 44 van de WAO in die maand de WAO-uitkering uitbetaald naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. De hoogte van het terug te vorderen bedrag is door het Uwv inzichtelijk gemaakt en door appellant niet met een andersluidende berekening bestreden. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd en de nadien overgelegde aanvullende stukken, kunnen niet tot een ander oordeel leiden.

4.2. Gelet op hetgeen onder 4.1 is overwogen komt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) H.J. Dekker

TM