Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:CA0177

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
16-05-2013
Zaaknummer
12-5917 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking van de uitkering op grond van de ZW. Voldoende zorgvuldig en inzichtelijk gemotiveerd medisch onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/5917 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van

26 september 2012, 11/1004 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 15 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam gemachtigde] hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 12/5915 WIA en 13/63 ZW. Appellant is verschenen, bijgestaan door [naam gemachtigde]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis. In de gevoegde zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 2 augustus 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv na bezwaar zijn beslissing tot intrekking van de uitkering van appellant op grond van de Ziektewet met ingang van 20 juni 2011 gehandhaafd. Het Uwv neemt daarbij het standpunt in dat appellant weer geschikt is zijn werkzaamheden als inpakker bij de [naam werkgever] voor 20 uur per week te verrichten.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank acht het onderzoek van het Uwv voldoende zorgvuldig geweest. Het Uwv heeft zich op basis van dit onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat appellant op 20 juni 2011 weer in zijn werk in [naam werkgever]-verband kon hervatten. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten in het dossier aangetroffen die reden geven om een psychiater of een psycholoog als deskundige in te schakelen, te meer niet nu appellant zich niet onder behandeling heeft gesteld van een psychiater of psycholoog. Ook het feit dat de WSW-indicatie van appellant is ingetrokken, kan de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming en dat onvoldoende rekening is gehouden met de bij hem bestaande klachten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Voor het wettelijk kader verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

4.2. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het medisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en inzichtelijk is gemotiveerd. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts blijkt dat deze arts appellant heeft gezien op het spreekuur en hij de beschikking had over de dossiergegevens van appellant. Ook blijkt uit dat rapport dat aan alle uiteenlopende klachten van appellant voldoende aandacht is gegeven en voldoende is gemotiveerd waarom er geen reden is om af te wijken van het primair medisch oordeel. De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd noch hetgeen namens hem ter zitting is aangevoerd hebben aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is om te oordelen dat de voor appellant op de datum hier in geding, 20 juni 2011, geldende belastbaarheid niet op juiste waarde is geschat. Uit het voorgaande volgt dat ook de Raad geen aanleiding ziet voor het raadplegen van een medische deskundige.

4.3. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) H.J. Dekker

NW