Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9441

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-05-2013
Datum publicatie
07-05-2013
Zaaknummer
11-5423 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weigering Wuv-uitkering. De psychische klachten van betrokkene hebben niet geleid tot een verminderd functioneren ten opzichte van zijn leeftijdgenoten. Van verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten in het kader van de Wuv is volgens het beleid van verweerder sprake als er tenminste matige beperkingen bestaan in drie van de vier aan de American Medical Association ontleende rubrieken, dan wel matige beperkingen in één rubriek en aanzienlijke of ernstige beperkingen in een andere. Voldoende medische onderbouwing dat betrokkene daaraan niet voldoet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/5423 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

de erven van [ betrokkene] te Australië (appellanten)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

[ betrokkene] (betrokkene) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van

26 mei 2011, kenmerk BZ01277054 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Op 12 februari 2012 is betrokkene overleden. Het geding is voortgezet door appellanten.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2013. Appellanten zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene, geboren [in] 1930, heeft in juni 2010 verzocht om een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wuv. Bij besluit van 24 november 2010 is betrokkene erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Aanvaard is dat de psychische klachten van betrokkene in verband staan met de vervolging. De lichamelijke klachten van betrokkene zijn als niet-causaal beoordeeld. Aan betrokkene zijn een vergoeding voor de kosten van huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer toegekend. De aanvraag is afgewezen voor zover deze zag op toekenning van een periodieke uitkering. Verweerder heeft in dat verband het standpunt ingenomen dat de psychische klachten van betrokkene niet hebben geleid tot een verminderd functioneren ten opzichte van zijn leeftijdgenoten.

1.2. Betrokkene heeft tegen het besluit van 24 november 2010 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Betrokkene heeft in beroep naar voren gebracht dat zijn psychische klachten wel degelijk tot een verminderd functioneren ten opzichte van zijn leeftijdgenoten hebben geleid en dat hem daarom ten onrechte geen periodieke uitkering is toegekend. Hij heeft in dat verband melding gemaakt van een verkrachting gedurende zijn internering, waarover hij nooit eerder met iemand heeft gesproken.

3. De Raad overweegt het volgende.

3.1. Van verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten in het kader van de Wuv is volgens het beleid van verweerder sprake als er tenminste matige beperkingen bestaan in drie van de vier aan de American Medical Association (AMA) ontleende rubrieken, dan wel matige beperkingen in één rubriek en aanzienlijke of ernstige beperkingen in een andere. Deze maatstaf is door de Raad in vaste rechtspraak aanvaard.

3.2. Verweerder heeft ten behoeve van het besluit van 24 november 2010 onderzoek doen verrichten door dr. Boon Loke, psychiater. Deze heeft symptomen van posttraumatische stress vastgesteld. Dr. Loke heeft milde beperkingen in drie rubrieken geconstateerd, namelijk in de rubrieken dagelijks functioneren, sociaal functioneren en stressadapatie. Volgens verweerder

- die daarbij is afgegaan op de adviezen van twee geneeskundig adviseurs - houdt de door

dr. Loke geconstateerde beperking in de rubriek sociaal functioneren, bestaande in het niet langer onderhouden van een seksuele relatie met de echtgenote, geen verband met de causale psychopathologie. Aldus leveren de causale psychische klachten volgens verweerder

gering-matige beperkingen op in de rubrieken dagelijks functioneren en stressadaptatie, zodat niet is voldaan aan de onder 3.1 weergegeven maatstaf.

3.3. Naar aanleiding van het beroep van betrokkene heeft dr. Loke, op verzoek van verweerder, zijn bevindingen nader toegelicht. Deze toelichting mede in aanmerking genomen, is er geen reden om bovengenoemde conclusie van verweerder voor onjuist te houden. Dr. Loke stelt immers onomwonden dat de afwezigheid van een seksuele relatie binnen het huwelijk van betrokkene te maken had met onopgeloste huwelijksproblemen. Het enkele noemen door betrokkene van zijn verkrachting, waarbij hij melding heeft gemaakt van een levenslange haat tegen alles wat Japans is, maar geen verband heeft gelegd met zijn seksueel functioneren, is onvoldoende om die constatering in twijfel te trekken. Verweerder heeft bovendien met juistheid vastgesteld dat de door de huisarts van betrokkene beschreven klachten door hem al zijn meegenomen binnen de twee beperkingen die hij aanmerkt als verband houdend met de causale problematiek.

3.4. Het voorgaande betekent dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en R. Kooper en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2013.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) J.T.P. Pot

HD