Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8839

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
11-2669 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2669 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 maart 2011, 10/5332 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 26 april 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L. van den Buijs, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van den Buijs. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 26 januari 2010 waarin is bepaald dat voor appellant per 7 december 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit voldoende deugdelijk is.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat zijn functionele mogelijkheden worden overschat en dat hij niet in staat is de geselecteerde voorbeeldfuncties uit te voeren als gevolg van zijn lichamelijke klachten.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De rechtbank heeft de beroepsgronden, die nagenoeg overeenkomen met de gronden zoals in hoger beroep aangevoerd, op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en gemotiveerd waarom ze niet slagen. De rechtbank heeft daaromtrent een juist oordeel gegeven.

4.3. Hetgeen in hoger beroep nog is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat geen nieuwe medische informatie over de gezondheidssituatie van appellant per datum in geding - 7 december 2009 - is overgelegd.

4.4. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2013.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) D. Heeremans

JL