Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8764

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
11-1628 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft terecht het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest. Dat appellant wegens ziekte niet in staat was tijdig een beroepschrift tegen het bestreden besluit in te dienen of te doen indienen, is geen enkele wijze onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1628 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

4 februari 2011, 10/4540 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant),

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak 12 april 2013.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2013. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 11 juli 2001 heeft het Uwv appellant een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geweigerd op de grond dat hij niet gedurende de wachttijd van destijds 52 weken aaneengesloten arbeidsongeschikt is geweest. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 juli 2001 is bij besluit van 21 februari 2002 ongegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van 21 februari 2002 is door de rechtbank bij uitspraak van 5 februari 2003 ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.

1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 26 oktober 2009 het verzoek van appellant om terug te komen van het besluit van 11 juli 2001 afgewezen. Deze afwijzing is bij brief van 29 april 2010 toegelicht. Bij besluit van 14 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen de brief van 29 april 2010 niet ontvankelijk verklaard op de grond dat die brief geen besluit bevat in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. De rechtbank heeft het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij vanaf 1 juni 1996 ziek is.

4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

4.1. Met juistheid heeft de rechtbank het toetsingskader gehanteerd dat is vervat in de artikelen en 6:7, 6:8, eerste lid, 6:9 en 6:11 van de Awb, ter bepaling of appellant binnen de in die wet voorgeschreven termijn beroep heeft ingesteld en zo nee of er aanleiding was de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De rechtbank heeft beide vragen evenzeer met juistheid ontkennend beantwoord. Tegen dat oordeel van de rechtbank is in hoger beroep geen specifieke grond gericht.

4.2. Voor zover appellant met de in 3 vermelde grond heeft willen stellen dat de termijnoverschrijding hem niet kan worden tegengeworpen omdat hij wegens ziekte niet in staat was tijdig een beroepschrift tegen het bestreden besluit in te dienen of te doen indienen, moet worden geoordeeld dat er hij dit op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

4.3. Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 treft het hoger beroep geen doel en zal de aangevallen uitspraak worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2013.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) G.J. van Gendt

IJ