Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8356

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
12-4432 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar omdat niet is gebleken dat er bijzondere omstandigheden waren waardoor appellante niet in de gelegenheid is geweest om tijdig een bezwaarschrift in te dienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/4432 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 26 juni 2012, 11/411 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 24 april 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.W. Brouwer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met zaak 12/4433 ZW, plaatsgevonden op 13 maart 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Brouwer. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong. Ter afdoening zijn de gevoegde zaken weer gesplitst.

OVERWEGINGEN

1. Bij ongedateerde brief, door het Uwv ontvangen op 5 mei 2011, heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 april 2011 waarbij het Uwv heeft vastgesteld dat appellante met ingang van 18 april 2011 geen recht heeft op een ziekengelduitkering. Bij besluit van 11 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat niet is gebleken dat er bijzondere omstandigheden waren waardoor appellante niet in de gelegenheid is geweest om tijdig een bezwaarschrift in te dienen.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Dat appellante een nader advies van een arts heeft afgewacht levert naar het oordeel van de rechtbank geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep van appellante op schending van het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel, faalt.

3. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat een medewerker van het Uwv haar heeft meegedeeld dat zij eerst een advies van haar Duitse arts moest afwachten, zodat het voor haar duidelijk was of het wel zinvol was om bezwaar te maken.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Niet in geschil is dat het door appellante ingediende bezwaar is gemaakt na de voorgeschreven termijn van zes weken, die eindigde op 25 april 2011. Artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4.3. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van de gronden van het beroep. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Appellante is er ook in hoger beroep niet in geslaagd om voldoende te onderbouwen en daarmee aannemelijk te maken dat zij door een medewerker van het Uwv onjuist is voorgelicht over het tijdig indienen van een - voorlopig - bezwaarschrift.

4.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2013.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) G.J. van Gendt

QH