Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8346

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
11/6116 WAO-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Het Uwv heeft terecht vastgesteld dat er vanaf september 1994 geen periode is aan te wijzen waarin appellant 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6116 WAO-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 september 2011, 11/911 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen

Griffier: G.J. van Gendt

Ter zitting zijn verschenen: Appellant in persoon. Namens het Uwv is verschenen

mr. P.J. Reith.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Appellant heeft op 3 januari 2010 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd. Hij heeft hierbij aangegeven vanaf september 1994 arbeidsongeschikt te zijn. Het Uwv heeft geweigerd hem een WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er vanaf september 1994 geen periode is aan te wijzen waarin appellant 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.

2.1. De Raad oordeelt dat de rechtbank dit met juistheid heeft overwogen. De brief van GGZ centraal van 21 november 2012 geeft onvoldoende informatie over de aard, omvang en duur van eventuele beperkingen. Ook over de jaren erna tot 2002 is niets bekend, zodat er, ook al zou er in 1994 arbeidsongeschiktheid zijn geweest, niets over de duur ervan gezegd kan worden.

2.2. Appellant heeft ter zitting de Raad verzocht een onafhankelijke deskundige te benoemen. Dit verzoek wordt niet ingewilligd. Een deskundige heeft evenmin de beschikking over objectieve gegevens uit 1994 en kan dan ook niets zeggen over de beperkingen van appellant in die periode.

2.3. De Raad begrijpt dat appellant in een zeer moeilijke bewijsrechtelijke positie verkeert, maar kan op basis van de aanwezige gegevens niet komen tot een ander oordeel dan de rechtbank, zoals is weergegeven in de aangevallen uitspraak.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

NW