Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7460

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
12-3929 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor de kosten van doorbetaling van huur tijdens de eerste drie maanden van detentie. Beleid. In dit geval heeft het college de bijzondere bijstand beperkt tot de maximale ondergrens van de huurtoeslag omdat dit overeenkomt met de wooncomponent in de bijstandsuitkering. Het gaat hier om buitenwettelijk, begunstigend beleid. De daarbij door de bestuursrechter aan te leggen toetsingsmaatstaf is, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, terughoudend. Dit betekent dat de aanwezigheid en toepassing van dat beleid als gegeven wordt aanvaard, met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze is toegepast. Hiervan uitgaande moet worden vastgesteld dat de besluitvorming van het college in overeenstemming is met het door hem gevoerde beleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/3929 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 juni 2012, 11/9817 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage (college)

Datum uitspraak 16 april 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2013. Voor appellant is zonder voorafgaand bericht niemand verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.H. Buizert.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving sinds 25 februari 2011 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Bij besluit van 2 augustus 2011 heeft het college deze uitkering vanaf 16 juni 2011 ingetrokken omdat appellant met ingang van die dag was gedetineerd. Op 1 augustus 2011 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor doorbetaling van de vaste lasten van zijn huurwoning tijdens detentie.

1.2. Bij besluit van 29 augustus 2011 heeft het college appellant € 636,72 bijzondere bijstand toegekend in de vorm van een geldlening voor de kosten van doorbetaling van huur tijdens de eerste drie maanden van detentie.

1.3. Bij besluit van 21 november 2011 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2011 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 21 november 2011 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tegen de toekenning van bijzondere bijstand voor de kosten van doorbetaling van huur over de tweede periode van drie maanden van detentie is geen bezwaar gemaakt. Het geding beperkt zich tot de toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor de kosten van doorbetaling van de huur over de eerste drie maanden van detentie, tot een bedrag van € 636,72. Appellant kan zich niet vinden in de hoogte van het toegekende bedrag en wenst de gehele huurprijs van € 448,-- per maand vergoed te krijgen omdat hij anders het risico loopt alsnog zijn woonruimte te verliezen.

4.2. Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB heeft degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen geen recht op bijstand. Verlening van bijzondere bijstand voor de doorbetaling van huur tijdens detentie is in beginsel alleen mogelijk indien zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB daartoe noodzaken. Het college voert daarnaast het beleid dat van geval tot geval wordt beoordeeld of er aanleiding is bijzondere bijstand te verlenen voor de hier in geding zijnde kosten. In dit geval heeft het college de bijzondere bijstand beperkt tot de maximale ondergrens van de huurtoeslag omdat dit overeenkomt met de wooncomponent in de bijstandsuitkering. Het gaat hier om buitenwettelijk, begunstigend beleid. De daarbij door de bestuursrechter aan te leggen toetsingsmaatstaf is, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, terughoudend. Dit betekent dat de aanwezigheid en toepassing van dat beleid als gegeven wordt aanvaard, met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze is toegepast. Hiervan uitgaande moet worden vastgesteld dat de besluitvorming van het college in overeenstemming is met het door hem gevoerde beleid.

4.3. Uit wat in 4.2 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2013.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) M.R. Schuurman

KR