Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7382

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
11-5164 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het vijf en een half jaar oude bankstel moest worden vervangen.Geen sprake van noodzakelijke kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/5164 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 17 augustus 2011, 10/765 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college)

Datum uitspraak 16 april 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J. Weldam, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2013. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. Weghorst.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante ontvangt vanaf 2003 bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder. Uit een nota van 3 augustus 2004 blijkt dat appellante toen een bedrag van € 499,-- heeft betaald voor de aanschaf van een bankstel. Zij heeft hiervoor bijzondere bijstand van het college ontvangen. Op 27 januari 2010 heeft appellante opnieuw een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand in de kosten van aanschaf van een nieuw bankstel. Appellante heeft telefonisch meegedeeld dat een bankstel € 800,-- kost, dat zij dit al had aangeschaft en betaald en dat zij het oude bankstel al had weggedaan. Het college heeft hierop bij besluit van 5 februari 2010 de aanvraag afgewezen op de grond dat de noodzaak van vervanging van het oude bankstel niet is vast te stellen.

1.2. Bij besluit van 15 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 5 februari 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep op hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het oordeel van de rechtbank, dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vijf en een half jaar oude bankstel moest worden vervangen en dat dus geen sprake was van noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB wordt onderschreven. Appellante heeft, door voorafgaand aan de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een bankstel het oude bankstel reeds te (laten) verwijderen, aan het college de mogelijkheid ontnomen te verifiëren of vervanging van dat bankstel naar objectieve maatstaven gemeten noodzakelijk was. Zoals het college ter zitting heeft toegelicht, is het vaste uitvoeringspraktijk in de gemeente Enschede om bij aanvragen om bijzondere bijstand voor de aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen een huisbezoek af te leggen. Dit huisbezoek heeft als doel vast te stellen in welke staat de desbetreffende goederen verkeren en of vervanging of aanschaf van een nieuw gebruiksgoed noodzakelijk is. Het betoog dat haar dit niet kan worden tegengeworpen omdat zij dat niet wist en dat overigens in afwijking van de vaste gedragslijn geen huisbezoek is afgelegd, faalt. Dat appellante zonder eerst informatie in te winnen over is gegaan tot verwijdering van het bankstel moet voor haar rekening en risico worden gelaten. Dat geen huisbezoek is afgelegd ligt onder de gegeven omstandigheden in de rede omdat dit na verwijdering van het oude bankstel zinloos zou zijn geweest. Verder moet worden vastgesteld dat appellante niet, ook niet nadien in bezwaar of in (hoger) beroep, anderszins met objectieve verifieerbare gegevens heeft onderbouwd dat het oude bankstel was versleten of aan vervanging toe was. Anders dan appellante betoogt, valt niet in te zien dat het college haar daartoe nog eens uitdrukkelijk in de gelegenheid had moeten stellen of haar daarop in de bezwaar- of beroepsfase had moeten wijzen. Daarbij kan er niet aan worden voorbijgezien dat appellante zowel in de bezwaar- als beroepsfase door een professioneel rechtshulpverlener is bijgestaan.

4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

4.3. Het verzoek om toekenning van vergoeding van wettelijke rente en van immateriële schade komt gelet hierop niet voor toewijzing in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2013.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) M.R. Schuurman

HD