Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6126

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
05-04-2013
Zaaknummer
12/2602 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep van rechtswege. Ambtshalve vernietiging onbevoegd gedane uitspraak rechtbank.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:18, geldigheid: 2013-04-03
Algemene wet bestuursrecht 6:19, geldigheid: 2013-04-03
Algemene wet bestuursrecht 6:24, geldigheid: 2013-04-03
Algemene wet bestuursrecht 8:54, geldigheid: 2013-04-03
Algemene wet bestuursrecht 8:55, geldigheid: 2013-04-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2013/151

Uitspraak

12/2602 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2011, 10/4393 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.], Frankrijk (appellant)

het College voor zorgverzekeringen (Cvz)

Datum uitspraak: 3 april 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft Cvz op 30 augustus 2011 een nieuw besluit op bezwaar genomen ter vervanging van het in beroep bij de rechtbank bestreden besluit van 18 augustus 2010. Appellant heeft tegen het besluit van 30 augustus 2011 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 1 juni 2012, 11/4601, heeft de rechtbank op dat beroep beslist.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 16 december 2011 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb van 7 juni 2012 heeft de Raad het tegen de uitspraak van 16 december 2011 gedane verzet ongegrond verklaard. In de uitspraak van 7 juni 2012 heeft de Raad geoordeeld dat de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep zich niet uitstrekt tot het beroep van rechtswege (artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24, eerste lid, van de Awb) tegen het besluit van 30 augustus 2011, zodat op dat beroep nog - afzonderlijk - moet worden beslist.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 maart 2013. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.

OVERWEGINGEN

1. De Raad oordeelt allereerst, ambtshalve, dat de rechtbank het beroepschrift tegen het besluit van 30 augustus 2011 ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de Raad. De uitspraak van de rechtbank van 1 juni 2012, 11/4601, is daarom onbevoegdelijk gedaan en moet worden vernietigd.

2.1. Dit neemt niet weg dat de rechtbank in de uitspraak van 1 juni 2012, 11/4601, onder 2.1 en 2.2 een inhoudelijk - geheel - juiste beoordeling van de zaak heeft neergelegd. De Raad neemt daarom deze overwegingen over en verwijst daarnaar.

2.2. Uit 2.1 volgt dat de Raad het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2011 gegrond verklaart, dat besluit vernietigt voor zover het betrekking heeft op de schadepost correspondentie-, telecommunicatie- en reiskosten en - zelf in de zaak voorziend - bepaalt dat voor deze post een schadevergoeding van € 116,50 wordt toegekend.

2.3. Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten betrekking kan hebben, is niet gebleken.

3. De griffier van de rechtbank heeft, zoals uit 1 volgt ten onrechte, voor het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2011 een griffierecht van € 41,- geheven. De Raad gaat ervan uit dat de griffier van de rechtbank dit bedrag aan appellant zal terugbetalen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2012, 11/4601;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2011 gegrond;

- vernietigt dat besluit voor zover het betrekking heeft op de schadepost correspondentie-, telecommunicatie- en reiskosten;

- bepaalt dat voor deze post een schadevergoeding van € 116,50 wordt toegekend;

- bepaalt dat Cvz aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht (€ 112,-) vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven