Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6083

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
03-04-2013
Zaaknummer
11-6778 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering bijzondere bijstand voor legeskosten voor het verlengen van verblijfsvergunning omdat dit algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zijn die uit het inkomen of vermogen dienen te worden voldaan. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was te reserveren voor deze kosten. Geen bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6778 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

29 september 2011, 11/3501 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. Niemer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2013. Namens appellant is

mr. Niemer verschenen. Het college heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving vanaf 1 september 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de inrichtingsnorm. Vanaf 14 januari 2011 ontvangt hij bijstand naar de norm voor alleenstaande met een toeslag van 20%.

1.2. Appellant heeft op 10 april 2011 bijzondere bijstand op grond van de WWB aangevraagd voor legeskosten voor het verlengen van zijn verblijfsvergunning ter hoogte van € 288,--. Bij besluit van 11 april 2011 heeft het college deze aanvraag afgewezen.

1.3. Bij besluit van 29 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 11 april 2011 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren die uit het inkomen of vermogen dienen te worden voldaan.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant heeft, samengevat, aangevoerd dat hij niet over voldoende middelen beschikte om de legeskosten, die uiterlijk 22 april 2011 betaald moesten worden, te voldoen. Hij ontving tot en met

13 januari 2011 alleen zak- en kleedgeld van € 350,-- netto per maand. Vanaf 14 januari 2011 ontvangt hij reguliere bijstand. Zijn budget wordt door Fibu beheerd. Het vakantiegeld kwam eerst in juni 2011 beschikbaar en was evenmin voldoende om deze kosten te voldoen. Appellant heeft gesteld dat sprake is van bijzondere omstandigheden omdat hij voor de betaling van deze kosten niet heeft kunnen reserveren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Naar vaste rechtspraak (CRvB 3 augustus 2010, LJN BN3905) behoren legeskosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die een betrokkene in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.2. Het feit dat appellant tot en met 13 januari 2011 bijstand ontving naar de inrichtingsnorm en vanaf 14 januari 2011 reguliere bijstand ontvangt, brengt niet met zich dat hij niet heeft kunnen reserveren voor de legeskosten ten behoeve van de aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning. Appellant diende zijn verblijfsvergunning jaarlijks te verlengen, zodat hij een jaar lang heeft kunnen reserveren voor daarmee verband houdende legeskosten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was om tot en met 13 januari 2011 van zijn zak- en kleedgeld een gedeelte te reserveren voor deze kosten. Voor de periode daarna heeft appellant evenmin onderbouwd dat de bijstand, uitgekeerd naar de norm voor alleenstaande met een toeslag van 20%, ontoereikend was om te kunnen reserveren. Appellant hoefde nog niet terug te betalen voor de bijzondere leenbijstand die was verstrekt voor de woninginrichting. De beroepsgrond dat sprake is van bijzondere omstandigheden die in het individuele geval verlening van bijzondere bijstand rechtvaardigt slaagt dan ook niet.

4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman en in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2013.

(getekend) J.C.F. Talman

(getekend) M. Sahin

HD