Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1589

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
20-02-2013
Zaaknummer
10-3496 AWBZ-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indicatie voor persoonlijke verzorging. Medisch onderzoek zorgvuldig. Hoewel de Raad onvoldoende gemotiveerd acht, waarom in dit geval is afgeweken van de in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ opgenomen norm voor ‘gedeeltelijk uitkleden’ en ‘gedeeltelijk aankleden’ (norm: 10 minuten per activiteit en geïndiceerd: 7,5 minuut per activiteit), kan dit niet leiden tot een vernietiging van het besluit van 30 juli 2009. Ook als wordt uitgegaan van 10 minuten per activiteit (of zelfs van 15 minuten voor volledig aankleden respectievelijk volledig uitkleden) in een frequentie van twee maal per dag, resulteert dit in een urenomvang die valt binnen de geïndiceerde klasse 3. Overigens valt ook de door appellant gewenste indicering voor het verzorgen van zijn nagels en het opzetten van het zuurstofmasker (grotendeels) binnen de bandbreedte van klasse 3.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3496 AWBZ-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 mei 2010, 09/6480 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg te Driebergen (CIZ)

Datum uitspraak: 23 januari 2013

Zitting hebben: G.M.T. Berkel-Kikkert als voorzitter en A.J. Schaap en M.I. ’t Hooft als leden.

Griffier: A.C. Oomkens

Ter zitting zijn verschenen: appellant, bijgestaan door mr. L. Kuijper; CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door L.M.R. Kater.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Het geschil in hoger beroep betreft de vraag of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar van 30 juli 2009 in stand heeft gelaten. Bij dat besluit is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 januari 2009 ongegrond verklaard. De - in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) gegeven - indicatie voor persoonlijke verzorging naar een omvang van 4 tot 6,9 uur per week (klasse 3) voor de periode van 24 december 2008 tot en met 23 december 2013 is daarbij gehandhaafd.

Het standpunt van appellant dat het medisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit van 30 juli 2009 op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden, deelt de Raad niet. Er heeft een huisbezoek plaatsgevonden en de adviserend arts beschikte over actuele informatie van zowel de huisarts als de behandelend specialist van appellant. Gelet op het bepaalde in de artikelen 6 en 7 van het Zorgindicatiebesluit kon en mocht de adviserend arts een eigen lichamelijk onderzoek achterwege laten.

Voor de stelling van appellant dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de handfunctie niet dusdanig beperkt is dat dit leidt tot een belemmering bij het verzorgen van nagels en het opzetten van het zuurstofmasker, ziet de Raad geen aanknopingspunten. Appellant heeft noch bij zijn aanvraag noch bij het huisbezoek melding gemaakt van handklachten. In de medische informatie van de behandelend artsen, waarover de medisch adviseur beschikte, is geen aanwijzing te vinden voor - ten tijde in geding bestaande - handklachten. Voor deze klachten heeft appellant zich pas begin 2010 voor het eerst tot de huisarts gewend.

Hoewel de Raad onvoldoende gemotiveerd acht, waarom in dit geval is afgeweken van de in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ opgenomen norm voor ‘gedeeltelijk uitkleden’ en ‘gedeeltelijk aankleden’ (norm: 10 minuten per activiteit en geïndiceerd: 7,5 minuut per activiteit), kan dit niet leiden tot een vernietiging van het besluit van 30 juli 2009. Ook als wordt uitgegaan van 10 minuten per activiteit (of zelfs van 15 minuten voor volledig aankleden respectievelijk volledig uitkleden) in een frequentie van twee maal per dag, resulteert dit in een urenomvang die valt binnen de geïndiceerde klasse 3. Overigens valt ook de door appellant gewenste indicering voor het verzorgen van zijn nagels en het opzetten van het zuurstofmasker (grotendeels) binnen de bandbreedte van klasse 3.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

A.C. Oomkens G.M.T. Berkel-Kikkert

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep